Israël wanhopig
Akkoord Iran en P5+1 'dreigt'
17 april 2012
Door Roy
Tov
Gisteren, 15 april 2012, eindigde de
nucleaire conferentie in Istanbul op een positieve toon -
een verassing voor alle betrokkenen. De vorige overlegronde
tussen Iran en de P5+1 vond plaats in januari 2011 en werd
een fiasco. Er volgde toen een verklaring van de Hoge Vertegenwoordiger
voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid van de Europese
Unie, Catherine Ashton: "We kwamen hier zonder voorafgaande
voorwaarden en hebben er alles aan gedaan om tot een overeenkomst
te komen. We hoopten op een diepgaande en constructieve bespreking
van die ideeën. Maar het bleek dat de Iraniërs hier
niet klaar voor waren, tenzij we zouden instemmen met voorwaarden
aangaande verrijking en sancties."
Deze keer ging het anders. Beide partijen kwamen tot een
dialoog en besloten tot een nieuwe bijeenkomst op 23 mei 2012
in Bagdad.
Het niveau van deze bijeenkomsten is ongebruikelijk. Met
de P5+1 wordt bedoeld de vijf permanente leden van de VN-veiligheidsraad
- Rusland, China, de Verenigde Staten, Frankrijk en Brittannië
- plus Duitsland. Ze vinden plaats vanwege Westerse beschuldigingen
dat Iran probeert een atoomwapen te ontwikkelen. Israël
- het enige land in het Midden-Oosten met een kernwapenarsenaal
- ziet de Iraanse nucleaire plannen als een bedreiging en
heeft al tientallen keren gedreigd met militaire actie tegen
Iran. Dat land zegt op zijn beurt dat hun plannen vreedzaam
zijn, maar zegt er wel steeds bij dat ze keihard zullen terugslaan
in het geval ze worden aangevallen. Een optie is bijvoorbeeld
het sluiten van de Straat van Hormoez, een belangrijke vaarroute
voor olietankers. Verenigde Staten en Israël sluiten
militaire actie om Iran's nucleaire installaties te vernietigen
niet uit. Toch maakte Washington recent duidelijk dat een
aanval voor de presidentsverkiezingen in november is uitgesloten.
Deze mededeling kon de toon van de gesprekken wel eens hebben
veranderd.
Het verschil tussen de internationale behandeling van Iran
en Israël is het resultaat van het feit dat Iran het
Non-Proliferatieverdrag heeft ondertekend, terwijl Israël
een van de vier landen is die weigeren dat te doen (de anderen
zijn India, Pakistan en Noord-Korea). Dit staat de internationale
gemeenschap toe het Iraanse nucleaire programma in de gaten
te houden, terwijl men dit in Israël niet kan. In plaats
van dat Israël sancties krijgt opgelegd voor die weigering
wordt het land in staat gesteld Iran onder vuur te nemen.
De conferentie in Istanbul is een zeer formele aangelegenheid,
maar er wordt ondertussen ook op andere plaatsen en niveaus
druk onderhandeld ter voorbereiding van de Non-proliferatieconferentie
in Helsinki in december 2012. In de eerste week van april
2012 bracht de Finse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
Jaakko Laajava, een informeel bezoek aan Tel Aviv om te praten
over Israëlische deelname aan de conferentie. Eerder
al, in januari van dit jaar, besprak hij hetzelfde al met
de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Ali Akbar Salehi.
Geheel in overeenstemming met zijn agressieve nucleaire beleid
probeert Israël de conferentie niet door te laten gaan,
of in ieder geval uitgesteld te krijgen, omdat de conferentie
zich voornamelijk zal richten op het Midden-Oosten. De VS
- Israël's trouwste bondgenoot - assisteerde bij het
uitstellen van de al eerder geplande conferentie van 2011
naar december 2012, maar de Amerikaanse regering heef nu aangekondigd
aan de nu geplande datum te willen vasthouden.
Gezien de omstandigheden maakt Israël zich uiteraard
zorgen over de verklaringen na afloop van de bijeenkomst in
Istanbul. "De sfeer was constructief," aldus Michael
Mann een woordvoerder van Ashton. "We kregen een positieve
indruk dat ze bereid zijn het gesprek aan te gaan." Deze
keer stelde de hoofdonderhandelaar van Iran, Saeed Jalili,
geen voorafgaande voorwaarden, zoals Iran dat wel deed in
2011.
"We willen toe naar een duurzaam proces van serieuze
dialoog, waar dringende, praktische maatregelen afgesproken
kunnen worden, opdat het vertrouwen kan groeien en Iran aan
al zijn internationale verantwoordelijkheden kan voldoen,"
aldus Ashton.
Het is volgens haar het doel van de P5+1 vertrouwen te creëren
"in het uitsluitend vreedzame karakter van Iran's nucleaire
programma." Vreemd daarbij blijft dat de internationale
gemeenschap niet hetzelfde vraagt van de grootste agressor,
zijnde Israël, als niet ondertekenaar van het Non-Proliferatieverdrag.
Het is juist dit soort discriminatie die het vertrouwen in
de internationale organisaties die worden geleid door het
Westen ondermijnt.
Maar goed, in maart van dit jaar wist de Amerikaanse president
Obama de Israëlische minister-president Benjamin Netanyahu
tijdens een bijeenkomst in Washington ervan te overtuigen
de diplomatie een lans te geven. Deze nieuwe benadering kreeg
in Teheran een warm welkom. De Iraanse Hoogste Leider Ayatollah
Ali Khamenei zei in een reactie op Obama's uitlatingen dat
diplomatie in plaats van oorlog op de agenda gezet was dat
daarmee "afscheid werd genomen van de misleiding".
Later kwam Teheran met een verklaring die suggereerde dat
een oplossing mogelijk was. De baas van het Iraanse Atoomenergieagentschap,
Fereydoon Abbasi, zei dat Iran zijn verrijkingsprocessen zou
beperken tot 20%. Dat is voldoende voor een reactor die medische
isotopen produceert, maar niet verfijnd genoeg voor een kernwapen.
Een soortgelijke overeenstemming zou tijdens de bijeenkomst
in Bagdad, volgende maand, uit de bus kunnen komen.
Terwijl een agressieve aanval op Iran het gesprek van de
dag is in Israël, lijkt de Nucleaire Veiligheidsconferentie
van december geen comfortabele optie voor het Zionistische
regime, vooral wanneer je je bedenkt dat de enige betrouwbare
optie voor een aanval op Iran een nucleaire is. De Israëlische
pogingen om de conferentie alsnog niet door te aten gaan begonnen
tijdens het gesprek met Finse staatssecretaris, en het is
waarschijnlijk dat de druk de komende maanden wordt opgevoerd.
Israël stelt dat de conferentie niet door kan gaan zolang
de situaties in Egypte en Syrië niet is gestabiliseerd.
En dat is natuurlijk zeer ironisch, aangezien Israël
een sleutelrol speelt en speelde bij het destabiliseren van
Syrië.
De kansen voor Israël om de conferentie niet door te
laten gaan zijn klein. De beslissing om de conferentie te
laten plaatsvinden werd opgenomen in de slotverklaring van
de conferentie in 2010. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse
Zaken "betreurde" dat en Israël protesteerde
er zelfs tegen, maar de verklaring werd niet herroepen.
Nu, in april 2012, blijft Israël zijn mantra herhalen
dat het het Non-Proliferatieverdrag pas zal ondertekenen wanneer
er een allesomvattende vredesovereenkomst is tussen Israël
en zijn Arabische buurlanden.
Maar wanneer er volgende maand wel een overeenkomst uit de
bus mocht komen tussen Iran en de P5+1, bevindt Israël
zich in een lastig parket met alle speerpunten van zijn buitenlands
beleid die ten onder gaan. Dan zou namelijk wel eens kunnen
blijken dat alle Israëlische retoriek slechts ingegeven
werd door de wens om hoe dan ook een nieuwe oorlog te beginnen.
Het verlies van de eigen legitimiteit in de ogen van het grootste
deel van de eigen kiezers - evenals in e ogen van de hele
wereld - is het ergste wat een regime kan overkomen. De Zionisten
staan op het punt dat verlies te lijden, tenzij er iets zeer
ingrijpends gebeurt [...].
Ik stel al sinds 2009 dat Israël Iran niet direct zal
aanvallen, tenzij ze besluiten tot een volledige onthoofding
van het regime. Israël is eenvoudigweg niet in staat
tot een conventionele aanval op zo'n groot doelwit op zo'n
grote afstand. In plaats daarvan "kwispelt Israël
met de hond": Israël valt Iran aan, Iran slaat terug
en dwingt zo de VS om zich ermee te bemoeien. Feit is echter
dat ook de VS grote moeite zouden hebben met een oorlog tegen
Iran. Iran is Irak of Afghanistan niet. In plaats van nog
maar eens tienduizenden of zelfs miljoenen Amerikaanse mensenlevens
op te offeren, kon de Amerikaanse president wel eens 'nee'
zeggen tegen Benjamin Netanyahu. Mocht Israël niet met
de president kunnen kwispelen beslist Israël wellicht
hem te vermoorden, zoals een Zionistische columnist afgelopen
januari suggereerde [er wordt gefluisterd dat de rel met de
Amerikaanse veiligheidsagenten in Columbia van dit weekeinde,
niets met prostituees te maken had, en alles met een verijdelde
aanslag op Obama].
Andrew Adler publiceerde op 13 januari 2012 een column in
de Atlanta Jewish Times. Hij stelde dat Israël binnenkort
wellicht een "opdracht zou moeten geven voor aanslag
op de president van de Verenigde Staten". Hij beschreef
een scenario waarin premier Benjamin Netanyahu "toestemming
zou moeten geven aan in de VS gestationeerde Mossadagenten
om een president die niet vriendelijk is voor Israël
om te leggen."
Vervolgens zou volgens Adler de vicepresident het moeten
overnemen en beleid dicteren dat de Joodse staat zou helpen
"zijn vijanden te verpulveren". Adler schreef dat
het zeer waarschijnlijk is dat het idee "is besproken
in de hoogste kringen in Israël".
Ik durf echter te speculeren dat Israël meneer Adler
de opdracht heeft gegeven het artikel te schrijven en publiceren.
De column leest als een verhuld dreigement aan het adres van
Obama: "Dit is wat je te wachten staat wanneer je niet
doet wat wij zeggen." Een dergelijke aanslag zou voor
de Israëliërs niets bijzonders zijn. Politieke moorden
- binnen en buiten de eigen grenzen - zijn voor Israël
de normaalste zaak van de wereld, en nadat ze met enorm succes
de Twin Towers in New York hebben laten instorten en de wereld
hebben doen geloven dat het Arabieren waren, schrikken ze
nergens meer voor terug.
Conclusie
Israël probeert de VS te dwingen een oorlog te beginnen
met Iran. De situatie is voor de Israëliërs echter
zo wanhopig dat ze zijn vervallen tot het bedreigen van de
president van de Verenigde Staten. Meerdere waarschuwingen
werden gegeven. De rel in Columbia was wellicht een mislukte
poging de daad bij het woord te voegen.
Op 23 september 2011 vond er een historische gebeurtenis
plaats tijdens de 66e Algemene Vergadering van de Verenigde
Naties. Mahmoud Abbas vroeg - als vertegenwoordiger van het
Palestijnse volk - de lidstaten van de VN Palestina te erkennen
als volwaardig lid van de club. Palestina kreeg een staande
ovatie van een tot de nok gevulde vergaderzaal. Mahmoud Abbas
gaf een overzicht van het Israëlische geweld tegen zijn
volk en zei: "Genoeg! Genoeg! Genoeg!" Nu is het
tijd voor de rest van de wereld zich te verheffen tegen het
Zionistische monster en te zeggen: "Genoeg! Genoeg! Genoeg!"
|
© Arjan Plantinga
Alle rechten voorbehouden
|
|
|
|
|
|
|