De grote garderobe op het smalle, koude strand

30 januari 2012
Door Arjan Plantinga

Je zal maar een Poppenspeler zijn, lid van de Council on Foreign Relations, de Trilateral Commission, trouw vrijmetselaar, regelmatig bezoeker van de Bilderbergconferenties, het World Economic Forum, pervers rijk en geen geweten.

Al jaren doe je wat je vader deed, en je grootvader, en je overgrootvader. Al jaren doe je wat jouw familie, en de familie van je echtgenote, van je vrienden en kennissen deden, wat je hoopt dat jouw kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen ook zullen doen: niets.

Nu ja, niets is een beetje overtrokken: af en toe trek je je checkboek uit je binnenzak om een stichting of een politieke woordvoerder te ondersteunen. Je schiet eens een olifant in Afrika, en steekt je pik in een van de vele 9-jarige jongens en meisjes die je chauffeur dagelijks bij je aflevert.

Je huizen en landgoederen zijn voorzien van alle moderne gemakken, koks, bedienden en tuinmannen doen al het werk, je kinderen worden opgevoed door privéleraren, je vrouw zie je alleen op haar verjaardag of tijdens een van de gemaskerde bijeenkomsten van de loge, die altijd eindigen in orgies met nog meer 9-jarige jongens en meisjes.

Je hebt geen idee wat zich buiten jouw goed afgeschermde kringen afspeelt, en je gaat ervan uit dat de media en de politici die jij en je collega-poppenspelers hebben ingehuurd ervoor zorgen dat het grauw in die wereld geen idee heeft wat jij doet.

Zo is het altijd geweest, en zo zal het altijd blijven.

Wat een leven.

En dan op een dag zit je wat te keuvelen met de Prins van Wales en zijn tweede vrouw Camilla Parker. Die waren in de stad, met de auto en hun wagen werd belaagd door het grauw. Ze zijn geschokt! Je wilt er alles van weten en besluit dat er dringend iets gedaan moet worden. Waar betaal je anders al die persmuskieten en nutteloze politici voor? Je belt de paus, Barosso en die eikel van de bank - hoe heet hij ook al weer? - oh ja, Rothschild: "Doe iets! Het grauw moet dringend een lesje geleerd worden. Hoe durven ze, die ondankbare honden!!"

...

"Van mijn part een Wereldoorlog?" roep je tegen je stroman in Teheran.

Je gaat ervan uit dat het zo geregeld is. "Ik moet ook alles zelf doen," zeg je nog tegen je maitresses.

Maar de berichten blijven komen. Rellen, stakingen, onlusten, overal, steeds weer. Internet! Je had altijd al gezegd dat het een slecht idee was. De man van Zeta Reticuli komt zelfs op bezoek. "Hebben jullie het nog wel in de hand," wil hij weten.

Je maakt je zorgen. Je hoort steeds weer dat het grauw wakker wordt, dat ze rechten willen, dat ze je in de gaten hebben. Crash de economie dan maar. Als ze geen werk hebben kunnen ze ook niet protesteren.

Hoe zou mijn vader dat gedaan hebben?

Je begint te piekeren. Slaapt slecht. Leest het handboek er nog eens op na, maar het zegt niets over ontwakende burgers, over arbeiders die weten hoe het zit. Het handboek zegt niets over echte revolutie. Het staat vol met strategieën over nep-revoluties, over hoe je een corrupte filosoof aanstelt om het volk op te ruien en een alternatief te bieden, hoe je de juiste mensen omkoopt of bedreigt, hoe je het grauw laat denken dat ze zich achter de filosoof moeten scharen en hoe je zorgt dat ze denken dat de oude macht is afgezet en alles nu anders wordt, terwijl er helemaal niets anders wordt, hoe je iedereen die de revolutie steunde laat wegwerken en het volk vertelt dat zij het probleem waren, hoe je de corrupte filosoof laat wegwerken en een nieuwe stroman vanuit het niets op de troon zet, een oorlog organiseert en de burger onledig houdt met de wederopbouw en 'nooit meer oorlog'.

Maar in het handboek staat niets over echte revolutie, niets over verzet aan de basis, niets over het afvallen van de maskers van de media en politiek. In het handboek staat niets over plebejers die een kopie van jouw handboek hebben.

Paniek!

Pak het stakingsrecht aan! Sluiten dat internet!! Doe nog maar eens een paar aanslagen!!!

Hou ze bezig en zorg dat ze er niet achter komen hoe het zit met alcohol, drugs, virussen, televisie, het weer, God & de Duivel, tijd & ruimte,

***

Het is maar een snelle illustratie van wat er omgaat in de hoofden van adellijke families die het hier op deze planeet al duizenden jaren voor het zeggen hebben, die slordig zijn geworden, arrogant, schaamteloos, die de verkeerde mensen in wetenschap, media en politiek hebben aangesteld en die nu met lede ogen moeten aanzien hoe ze de kracht van de mens en het leven schromelijk hebben onderschat.

Hoe geraken ze eruit? Hoe krijgen ze de geest terug in de fles?

Niet.

Het enige wat ze nog rest is brute onderdrukking van de burger. Zowel in Europa als de VS is het wettelijke kader daarvoor tijdens de afgelopen tien jaar geschapen. Wetten voor het opsluiten van burgers voor onbepaalde tijd zonder vorm van proces, voor het mogen doden van demonstranten, voor het afnemen van de burgerrechten, ja zelfs de nationaliteit.

En daarmee zijn we aangekomen in het laatste hoofdstuk van het boek 'Kapitalisme'. Een goede 500 jaar heeft het tot nu toe geduurd, en het einde is in zicht. We hebben de laatste pagina's nog niet gelezen, maar zoals elke Hollywoodfilm een zelfde scenario volgt, doen ook de scenario's van culturen en machtsstructuren dat. Er is een fase van opkomst, van wasdom, van bloei, van verwelking en ondergang.

De verwelking is al lang geleden begonnen. De ondergang is onafwendbaar. Hoewel de machthebbers en hun propagandamedia u wijsmaken dat de bomen nog bloeien, zien steeds meer mensen dat de bladeren bruin zijn en afvallen, dat de takken steeds kaler worden en dat de winter aanstaande is.

We hebben als mensheid al vele winters overleeft, en ook deze zullen we doorstaan. Maar dat laatste geldt alleen voor hen die erkennen dat het winter is. Wie in zomerkleding naar buiten blijft gaan zal ziek worden en sterven. Wie zijn zonnebril niet afzet zal niet zien wat er gaande is.

Wie naar buiten kijkt ziet dat het koud is, maar de televisie zegt dat het strandweer is, en dus gaan de mensen naar het strand. Kleumend staan ze in de branding, maken elkaar wijs dat het wel gaat. Enkelen zeggen dat het te koud is. Worden niet geloofd. Dan begint het te dagen. Langzaamaan. Steeds meer mensen hebben het koud, willen naar huis.

"Hoe houden we ze op het strand?" vragen de Poppenspelers zich af? Hun zwembaden zijn verwarmd. Hun stranden zijn tropisch.

Steeds meer mensen zien in dat het geen strandweer meer is. Steeds meer mensen geloven de weerberichten niet meer. Er wordt van alles geprobeerd: "Zwemmen in de winter is ook leuk."

Het is onbegonnen werk. Iedereen weet het, en het is een kwestie van tijd voor zelfs de meest volhardende zwemmers zullen inzien dat het zo niet langer kan, dat het waanzin is om in december in je zwembroek op het strand te liggen.

Men wil terug naar huis, waar het warm is. Maar hoe? Prikkeldraadversperringen maken een terugkeer door de duinen onmogelijk. Ver uit de kust liggen bootjes, bevolkt met enkelingen die er maanden geleden al zijn heen gezwommen. Ze zeiden nog: "Ga mee, nu het water nog warm is." Maar de mensen geloofden niet dat het water ooit koud zou worden, geloofden niet dat de weg terug versperd zou worden.

Ze willen naar huis.

De weervrouw loopt inmiddels ook op het strand, warm aangekleed, maar op het strand. Net als de politici, bontmutsen op. Steeds meer journalisten, muzikanten en filmsterren - dikke jassen, vreugdevuren - tussen al die mensen in hun zwembroek.

"Het gaat toch wel," zeggen ze in koor.

"Had je dan beter aan gekleed," roepen de journalisten.

"Iedereen zijn zwembroek inleveren," zeggen de politici. "Dan maken we er een tent van."

Discussie.

Vanuit mijn roeibootje, net voorbij de derde zandbank, sla ik het gade, deinend op de golven. Ik wijs de mensen op het strand op de grote garderobe, waar hun kleren hangen, bewaakt door een paar mannetjes in blauwe en groene zwembroeken.

In mijn roeibootje voel ik hoe de wind aantrekt, de golven hoger worden en de vloed oprukt naar het steeds smaller wordende strand. Mijn roeibootje maakt water. Ik denk aan lege tropische stranden, privébezit van de eigenaar van de garderobe, en wacht op het moment dat de mensen op het strand doorkrijgen dat die met hun groene en blauwe zwembroeken het ook koud hebben.


© Arjan Plantinga
Alle rechten voorbehouden

privacybeleid