Somalië:
Piraten of bestolen en vergiftigde vissers?

22 februari 2011
Door Jeffrey St. Clair

Terwijl de media zich vooral richten op de lotgevallen van de gijzelaars en de gekaapte schepen, geeft een blik op de levensomstandigheden van de Somalische 'piraten' een heel ander beeld. Dan blijkt al snel dat het voornamelijk om vissers gaat die strijden tegen het plunderen van hun viswater en het dumpen van zwaar chemisch afval in de oceaan voor Somalië door Westerse landen. Het land verkeert al 20 jaar in totale chaos, heeft geen bestuur en is overgeleverd aan de willekeur van gewetenloze gangsters. De Verenigde Naties doen zoals meestal alsof hun neus bloedt. De Westerse media spelen zoals altijd het spel mee.

Gestuurd door de manipulaties van de grote multinationals, de door hen gekochte politici en hun eigen bedrijfsmedia is de internationale gemeenschap (bestaat die nog?) eensluidend in haar oordeel over de Somalische piraten, terwijl men stilletjes de illegale vissersvloten (IUU) van over heel de wereld hun gang laat gaan wanneer ze de Somalische wateren plunderen en er zwaar vergiftigd afval voor de kust dumpen - een praktijk die op gang kwam na de val van de laatste Somalische regering in 1991.

Toen Somalië in chaos verviel grepen buitenlandse bedrijven onmiddellijk de mogelijkheid om de voedselvoorraden van het land te plunderen en de onbewaakte kustwateren te gebruiken als vuilnisbelt voor hun nucleair en chemisch afval.

Volgens de High Seas Task Force (HSTF) van het WCPA, waren er op een gegeven moment in 2005 meer dan 800 IUU in e Somalische wateren aanwezig die misbruik maakten van het feit dat de Somaliërs niet in staat waren hun kustwateren en visgronden te patrouilleren en te verdedigen. De illegale visserij stroopt jaarlijks voor 450 miljoen dollar aan zeevruchten uit de Somalische wateren. Daarmee bestelen ze de Somaliërs van een enorme bron aan proteïnen van een van de armste landen van de wereld, en vernietigen ze de bestaansmiddelen van tienduizenden vissers langs de kust. Beschuldigingen wegens het dumpen van giftig afval voor de Somalische kust doen al sinds het begin van de jaren '90 de ronde, maar de keiharde bewijzen kwamen boven water toen de Tsunami van 2004 het land trof. De milieuorganisatie van de VN (UNEP) meldde dat de Tsunami roestende containers met zwaar chemisch afval aan land spoelde in Puntland, in het noorden van Somalië.

Nick Nuttall, een woordvoerder van de UNEP vertelde aan Al Jazeera dat toen de vaten open barstten door de kracht van de golven, er een "angstaanjagende praktijk" aan het licht kwam, die al meer dan tien jaar gaande was. "Somalië wordt als sinds het begin van de jaren '90 gebruikt als stortplaats voor gevaarlijk, giftig afval," zo zei hij. "Het is afval van heel verschillende aard. Er is radioactief uranium. Er is lood en zware metalen als cadmium en kwik. Er is ook industrieel afval, medisch afval, chemisch afval - je kunt het zo gek niet bedenken."

Nuttall zei ook dat sinds de vaten op het strand zijn aangespoeld veel kustbewoners ziek zijn geworden, en lijden aan bloedingen in de mond en intern, huidinfecties en tal van andere ziektes. "Het meest alarmerende is het nucleaire afval dat hier gedumpt wordt. Radioactief uranium dat niet alleen de Somaliërs dood, maar ook het leven in de oceanen vernietigt."

Ahmedou Ould-Abdallah, VN-afgezant voor Somalië, zegt dat de praktijken mee de burgeroorlog in Somalië financieren, aangezien bedrijven Somalische functionarissen en krijgsheren betalen voor het dumpen van hun afval. "Er is geen enkel toezicht van de overheid... en er zijn maar weinig mensen die enig recht van spreken hebben... ja mensen op hoge posities worden omgekocht, maar vanwege de kwetsbaarheid van de Federale overgangsregering vragen veel bedrijven niet eens meer toestemming - ze dumpen hun rommel gewoon en vertrekken weer."

In 1992 tekenden de lidstaten van de EU en 168 andere landen het 'Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan', ook wel de 'Conventie van Bazel' genoemd. De Conventie verbiedt het verhandelen van afval tussen de landen die het verdrag hebben ondertekend, maar ook met landen die het verdrag niet hebben ondertekend, tenzij een bilaterale overeenkomst is uitgewerkt. De Conventie verbiedt ook het verschepen van gevaarlijk afval naar oorlogsgebieden.

De VN hebben tot nu toe hun eigen bevindingen over de situatie genegeerd en hebben zowel Somalische als internationale oproepen om iets aan de situatie te doen naast zich neergelegd. Het plunderen en vernietigen van de Somalische wateren gaat ook vandaag de dag onverminderd verder.

Het is vanuit deze omstandigheden dat de Somalische 'piraten' zijn ontsproten. Iedereen is het erover eens dat de 'piraten' gewone vissers zijn die in eerste instantie vooral probeerden de illegale vissers en gifschepen te verjagen of ze te laten betalen voor het vissen en dumpen. Ze noemen zichzelf dan ook de Vrijwillige Kustwacht van Somalië.

Een van de Piratenhoofdmannen, Sugule Ali, legt uit dat hun motief is "het illegale bevissen van en dumpen in hun wateren te stoppen... Wij zien onszelf niet als bandieten. Wij zien hen die hier illegaal komen vissen en hun afval dumpen en in onze wateren wapens dragen als de werkelijke bandieten."

Auteur Johann Hari schreef eerder in de Huffington Post dat, hoewel dit alles het nemen van gijzelaars niet rechtvaardigt, de 'piraten' om goede redenen door vrijwel de gehele bevolking van Somalië worden gesteund. De onafhankelijke Somalische nieuwssite WardherNews geeft het best weer wat de Somalische burgers ervan denken. Uit een onderzoek bleek dat 70% "geheel achter de piraterij staat als een manier van nationale verdediging van de territoriale wateren van het land".

In plaats van echter maatregelen te nemen om de bevolking van Somalië te beschermen tegen de misdadige praktijken van buitenlandse vissers en bedrijven, heeft de VN besloten tot agressieve resoluties die Westerse marines toestemming te geven de piraten de oorlog te verklaren.

Aangewakkerd door een hysterische mediacampagne riep de brave burger in het Westen om hard optreden tegen de 'piraten' hetgeen resulteerde in een ganzenmars van marineschepen richting de regio om de Somalische kustwateren 'veilig' te maken. De Veiligheidsraad van de VN (waarvan een deel van de lidstaten duidelijk andere belangen heeft omdat hun vissersvloten en bedrijven deelnemen aan de plundering en de vervuiling) nam resoluties 1816 (juni 2008) en 1838 (oktober 2008) aan, waarin "landen die geïnteresseerd zijn in de veiligheid van activiteiten op zee om actief deel te nemen aan de strijd tegen de piraterij op volle zee voor de kust van Somalië, meer specifiek door het uitzenden van marineschepen en militaire vliegtuigen..."

Zowel de NAVO als de EU hebben soortgelijke bevelen gegeven. Rusland, Japan, India, Maleisië, Egypte en Jemen, samen met een toenemend aantal andere landen hebben zich bij de optocht aangesloten.

Jarenlang was al gepoogd om binnen VN Veiligheidsraad resoluties aangenomen te krijgen voor het bestrijden van de piraterij. Steeds voelden bepaalde landen zich te zeer beperkt door de bepaling van de resoluties. Pas toen resoluties 1816 en 1838 dusdanig werden aangepast dat ze feitelijk alleen nog maar betrekking hadden op Somalië (een land dat niet vertegenwoordigd is bij de VN). Bezwaren van burgerinitiatieven in Somalië werden door de VN genegeerd.

Hari vraagt zich af: “Verwachten we werkelijk dat de stervende Somaliërs lijdzaam blijven toekijken vanaf het strand, pootjebadend in het nucleair afval, hoe wij de vissen voor hun neus wegkapen om die op te eten in dure restaurants in Londen en Parijs? Tegen die misdrijven heeft de VN niet opgetreden. Maar zodra enkele vissers zich verzetten door bijvoorbeeld de olietransporten over de zeeweg voor de kust te belemmeren krijsen we meteen moord en brand. Wanneer we de piraterij werkelijk willen oplossen moeten we de oorzaak aanpakken - onze misdaden - voordat we de kruisers op ze af sturen."

Terwijl de illegale visserij en het dumpen van het giftige afval dus onverminderd voortgaat, hebben de door de gewapende stropers tot piraterij gedwongen Somalische vissers hun strijd tegen alle soorten schepen in de Golf van Aden en de Indische Oceaan geïntensifieerd.

Buitenlandse regeringen, internationale organisaties en de gevestigde media staan zij aan zij in hun demonisering van Somalië, en omschrijven de Somalische vissers als boosaardige mensen die schepen kapen en zeelieden terroriseren (ook al werden er nooit zeelieden gekwetst). Een dergelijke voorstelling van zaken is natuurlijk de wereld op zijn kop, want tegelijkertijd zwijgen de gevestigde media over de illegale visserij en het dumpen van afval.

De geallieerde marinevloten van over heel de wereld hebben de jacht op Somalische schepen in hun eigen wateren - ongeacht of het piraten zijn of gewone vissers - opgevoerd. De International Contact Group for Somalia (ICGS) blijft tijdens bijeenkomsten in New York, Londen, Caïro en Rome steeds maar weer beklemtonen dat hier sprake is van een demonisering van vissers die zich verzetten, en roepen op tot maatregelen tegen de illegale visserij en het dumpen van giftig afval.

De schepen die door de veronderstelde piraten worden 'gekaapt' zijn of schepen die illegaal in de Somalische wateren aan het vissen waren, of schepen die giftig afval wilden dumpen. Steeds weer nodigen de plaatselijke autoriteiten de internationale gemeenschap uit om de schepen te komen inspecteren en met eigen ogen te zien waartegen de Somalische vissers zich verzetten. Steeds weer gaat de internationale gemeenschap niet in op deze uitnodigingen.

We willen er wel op wijzen dat Somalië niet het enige land is dat last heeft van illegale bevissing en het dumpen van afval. Ook een Afrikaans land als Ivoorkust heeft zwaar te lijden onder deze praktijken.

Het wordt hoog tijd dat de Westerse wereld wakker wordt en niet langer aandacht schenkt aan wat politici, bedrijfsbesturen en de leugenachtige gevestigde media hen wijs maken. Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, dat mensen als George Bush, Dick Cheney en Tony Blair voor de rest van hun leven achter de tralies zou moeten zetten, wordt nu misbruikt voor het aanpakken van straatarme vissers die niets anders doen dan verdedigen wat van hun is. Wat we in Somalië 'piraten' noemen, heet hier 'kustwacht'.

Overigens hebben zowel Nederland als België marineschepen gestuurd naar de Golf van Aden om de zogenaamde piraterij te bestrijden en zijn onze Nederlandstalige nieuwsmedia medeplichtig aan het verspreiden van de leugens over de gang van zaken in Oost-Afrika.

***

Dit artikel verscheen eerder op Voltairenet.org
Vertaling© uit het Engels door Willem Huntelaar

| Meer

Stem:

 

privacybeleid