Deflatie onafwendbaar?
De toepassing en acceptatie van het geldsysteem als dé
oorzaak van de crisis
13 augustus 2010
Door Frans Houbraken
Het kapitalisme is een systeem waarin een groot deel van
de mensen hun leven invulling geven. Het is gebaseerd op een
geldsysteem. We denken nauwelijks na over de gevolgen van
dit geldsysteem op ons maatschappelijke leven. Plato beschreef
in zijn allegorie van de grot de problemen die
mensen ervaren in een groep wanneer ze op een andere manier
dan de gangbare theorie tegen bepaalde zaken aankijken. De
door de groep ervaren realiteit was gebaseerd
op hetgeen men via de rotswand in de grot waarnam: schaduwen
en echos.
De bekende wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn heeft in de voorgaande
eeuw zon situatie op een soortgelijke wijze beschreven:
wat de mens binnen een gebied van wetenschap als waarheid
en werkelijkheid ervaart is afhankelijk van het
geldende wereldbeeld. Een wereldbeeld ontstaat doordat mensen
collectief een conceptueel raamwerk van theorieën (paradigma/denkkader)
accepteren.
Wetenschap evolueert om die reden niet geleidelijk maar sprongsgewijs,
door veranderingen van paradigma. Wetenschap beschrijft dus
geen werkelijkheid, maar schept een eigen werkelijkheid. Deze
werkelijkheid is immers afhankelijk van het geldende
paradigma. Een wereldbeeld kan veranderen bij verandering
van paradigma. Paradigma veranderingen kunnen plaats vinden
wanneer een bestaand, door mensen geaccepteerd paradigma ontoereikend
blijkt voor het oplossen van problemen die zich aan blijven
dienen binnen een gebied van wetenschap. Ofwel worden de problemen
binnen het huidige paradigma opgelost, wordt het vertrouwen
in het paradigma herstelt en blijft het geaccepteerd, ofwel
komt er een nieuw paradigma.
De huidige crisis is niet te verklaren vanuit de huidige
economische theorieën, maar wel vanuit een ander conceptueel
raamwerk wat processen beschrijft door een technische analyse
van het door ons toegepaste geldsysteem te maken. Aanhangers
van verschillende conceptuele raamwerken kunnen zich echter
moeilijk aan elkaar verstaanbaar maken omdat er pas van waarheden,
feiten of problemen gesproken kan
worden indien er een gemeenschappelijk paradigma is. Aanhangers
van de huidige economische modellen proberen momenteel met
de beste wil van de wereld de om zich heen grijpende systeemcrisis
te verklaren en te bezweren, weinigen lijken zich vragen te
stellen bij het chaotisch gedrag van de economische realiteit,
welk wel logisch te verklaren is door de problematiek vanuit
een ander paradigma te bekijken; de technische werking van
het door ons toegepaste geldsysteem.
Ander conceptueel raamwerk schept helderheid
De huidige opinie wordt echter momenteel in grote lijnen gevormd
door de gangbare economische theorieën, die als algemeen
geldend verondersteld worden. Deze economische theorieën
die als geldend paradigma hun eigen werkelijkheden creëren
gelden als fundamenten waaruit het wereldbeeld gevormd is
en waarop de maatschappij gebouwd is. Deze theorieën
worden in onze wereld onderwezen en in de media door politici,
economen en andere vooraanstaande beleidsmakers uitgedragen
en gehanteerd.
De schuldvraag betreffende de oorzaak van deze crisis is
interessant en te beantwoorden wanneer we begrijpen hoe en
waarom het kapitalisme zoals we dat kennen functioneert en
zich ontwikkelt door de tijd, zoals het al enkele eeuwen doet met
bijbehorende maatschappelijke ontwikkelingen. We zouden een
ander paradigma als conceptueel raamwerk kunnen definiëren
en ons qua onderzoeksgebied kunnen richten op de structuur
van de afspraken waar dit systeem op gefundeerd is, om dat
vervolgens als helder uitgangspunt te gebruiken voor verdere
analyse.
Afspraken binnen het kapitalistische stelsel worden uitgedrukt
in het door ons toegepaste geldsysteem. De aanhangers van
de nu geldende economische theorieën benaderen de economische
situatie niet vanuit de werking van dit geldsysteem. Ze achten
de toepassing van dit geldsysteem, waar de geldhoeveelheid
toeneemt als de uitstaande leningen toenemen, als een aanname
of gegeven waar niet aan te tornen valt. De verbazing, ontkenning
en weerstand die waarschijnlijk ontstaat bij het lezen van
dit artikel is een logische reaktie omdat er in het huidige
wereldbeeld een ander paradigma geldt. Men leeft door dit
andere paradigma 'in een andere wereld'.
Veranderingen van paradigmas zijn echter van alle tijden.
Hoe beleefden mensen die reeds door de tijd-ruimte gegaan
zijn hun wereld en waarheden? De natuurkundige theorieën
van Newton waren waarheid totdat Einstein's bevindingen
als nieuw paradigma geaccepteerd werden. Iets soortgelijks
is met de benadering van de economie aan de hand. Het kapitalistische
model doorgaat iedere 50, 60 of nu zelfs 80 jaar een enorme
crisis, waarbij het gros van alle uitstaande leningen gesaneerd
wordt. Het oorzakelijke verband van deze problematiek is niet
helder en duidelijk te verklaren vanuit de geldende economische
theorieën, maar wel door de werking van ons geldsysteem
te bekijken. Waarom is dit dan niet bekend? Evenals de acceptatie
van een ander paradigma, zoals bijvoorbeeld het feit
dat de aarde rond de zon circuleert en niet meer andersom,
is een paradigmaverandering (een zogenaamde Gestalt-Switch);
niet zozeer gestoeld op logische, rationele gronden maar in
allerlaatste instantie een sociologisch proces.
Eeuwenoude structuur van het geldsysteem als dé
oorzaak van de crisis
De (westerse) mens drukt zich bij zijn activiteiten hoofdzakelijk
uit in een geldsysteem. Dat is de afspraak waar nagenoeg iedereen
zich aan houdt. Dit geldsysteem schept in ons kapitalistische
model de bindende voorwaarde voor het wel of niet leveren
van produkten of het uitvoeren van diensten. Sinds een aantal
eeuwen past de mens dit geldsysteem toe, een geldsysteem waarbij
de geldhoeveelheid toeneemt als de uitstaande leningen toenemen.
Deze structuur van het door ons toegepaste geldsysteem is
verantwoordelijk voor de huidige problematiek. De voorwaarde
waaraan deelnemers aan het systeem hun bestaansrecht binnen
het systeem ontlenen is het feit dat men niet in liquiditeitsproblemen
moet komen; men moet kunnen blijven betalen. Het systeem kan
zonder grote problemen blijven functioneren wanneer dit voor
het overgrote deel van alle deelnemers het geval is. Aan deze
voorwaarde kan enkel voldaan worden wanneer de geldhoeveelheid
ieder jaar in voldoende mate groeit.
Het bewijs van het onafwendbaar zijn van zulk een crisis
die we momenteel ervaren waarbij de geldhoeveelheid gaat krimpen
wordt in de navolgende paragraaf onomstotelijk aangetoond.
Het toont aan waarom deze crisis een nagenoeg complete sanering
van schulden moet kennen vooraleer er structureel herstel
kan komen wanneer we het geldsysteem blijven hanteren. Deze
sanering van schulden wordt grootschaliger dan in de jaren
30 van vorige eeuw, een economische depressie die toen,
handelend binnen de grenzen van het geldsysteem, ook niet
af te wenden was enkel uit te stellen en die enorme maatschappelijke
gevolgen heeft gehad. Door de onvoorwaardelijke toepassing
van dit geldsysteem door de mens is de situatie waarin we
wereldwijd nu verkeren dan ook onmogelijk te voorkomen. Ook
Japan in de jaren 90, de wereldwijde crisis uit de jaren 30
en ook eerdere grote crises (1837-1850 en 1873-1895) zijn
vanuit deze benadering logisch te verklaren. Het zou overigens
meer van wijsheid getuigen ons af te vragen of er andere manieren
zijn om maatschappelijke activiteiten te ontplooien dan als
deelnemers aan het kapitalistische systeem hardnekkig het
geldsysteem met pyramidestructuur toe te blijven passen, welke
grote maatschappelijke problemen tot gevolg gaat hebben, maar
dit nu even terzijde.
Na een groeiende geldhoeveelheid volgt een krimpende geldhoeveelheid
We beperken ons in dit schrijven tot de kern van de problematiek.
Na een groeiende geldhoeveelheid volgt een krimpende geldhoeveelheid.
Met het uitzetten van een lening wordt geld gecreëerd;
er ontstaat een lening én een tegoed, met het aflossen
van een lening verdwijnt er geld; er verdwijnt een lening
én een tegoed. Vanuit deze kern zijn bij enig begrip
de verdere ontwikkelingen logisch af te leiden. Gedurende
de ca. vierhonderd jaar dat we dit geldsysteem toepassen herkennen
we perioden waarbij de geldhoeveelheid groeit; deelnemers
nemen meer leningen op dan ze aflossen en perioden waarbij
de geldhoeveelheid krimpt; deelnemers lossen meer leningen
af dan ze opnemen. Voor het begrip wordt hierna de laatste
periode van groeiende geldhoeveelheid beschreven. Deze periode
volgde op de jaren 30 van voorgaande eeuw, een tijd
die zich kenmerkte door een krimpende geldhoeveelheid; deelnemers
losten meer leningen af dan ze opnamen. Zoals reeds opgemerkt
was die wereldcrisis ook niet af te wenden, enkel uit te stellen
zoals aangetoond gaat worden aan de hand van de structuur
van het door ons toegepaste geldsysteem.
Gedurende de laatste 60 jaar nemen uitstaande leningen weer
toe en groeit de geldhoeveelheid. Banken worden in deze periode
ook steeds groter en machtiger, wat een logische, niet te
voorkomen ontwikkeling is gezien de noodzakelijke toename
van uitstaande leningen. Tijdens iedere recessie van de laatste
60-jarige periode heeft het systeem zich uit de recessie
kunnen lenen. Door een voldoende toename van de uitstaande
leningen, nam de geldhoeveelheid weer voldoende toe, het gros
van alle deelnemers kon blijven betalen waardoor
het bestaansrecht voor het totale systeem weer langer gewaarborgd
bleef. Op het keerpunt, waar we ons sinds de zomer van 2007
bevinden, groeien nieuwe leningen in onvoldoende mate terwijl
de aflossingen van oude leningen doorgaan, of tenminste door
zouden moeten gaan (vorige keer was dat mondiaal eind jaren
20 van de vorige eeuw het geval; vanaf medio 1928 begonnen
de nieuwe leningen te stagneren). De totale som van uitstaande
leningen in het systeem neemt minder sterk toe en de geldhoeveelheid
groeit onvoldoende. Hierdoor ontstaat bij een grote groep
deelnemers een tekort aan geld.
Deelnemers moeten dus op grotere schaal activa (waar vaak
leningen op gebaseerd zijn) gaan verkopen waardoor deze in
waarde gaan dalen en het aantal transacties afneemt. Belangrijker
en essentieel in dit verhaal is het inzicht dat de som van
nieuwe leningen op deze transacties dus ook afneemt, waardoor
in de volgende periode de groei van de geldhoeveelheid verder
stagneert of zelfs negatief (krimpende geldhoeveelheid) wordt;
er wordt immers minder geld gecreëerd dan in de voorgaande
periode terwijl er door noodzakelijke aflossing wel geld verdwijnt.
Het gevolg hiervan is een nog grotere toename van liquiditeitsproblemen
binnen het systeem. De verkoopdruk neemt verder toe en de
prijzen zullen nog meer gaan dalen, de nieuwe leningen op
deze onderpanden zullen wederom verder dalen, etc. etc. De,
vanwege de kenmerkende pyramidestructuur van dit geldsysteem,
niet te voorkomen negatieve spiraal is onafwendbaar.
Gezien de huidige waardering van activa, de hoeveelheid aan
uitstaande leningen en de relatief lage rente hebben we nagenoeg
de technische grens van een groeiende geldhoeveelheid bereikt.
Uitstellen kan enkel door de som van uitstaande leningen in
voldoende mate te vergroten. Het oplopen van de staatsschulden
wereldwijd zal waarschijnlijk de laatste stuiptrekking zijn.
De mogelijkheid om nog in voldoende mate nieuwe leningen uit
te geven teneinde de geldhoeveelheid voldoende te laten groeien
zoals bij eerdere naoorlogse recessies nog wel mogelijk was,
dient zich nu dan ook niet meer aan. Hoe langer we in de periode
van toenemende geldhoeveelheid zitten, hoe instabieler het
systeem door de ook noodzakelijk oplopende leningen nu eenmaal
wordt. De economie trekt dan structureel ook niet meer aan
voordat we een nagenoeg complete sanering van schulden hebben
ondergaan. De geldgroei stopt immers; er worden meer leningen
afgelost dan nieuwe uitgezet. Huizenprijzen en aandelenkoersen
zullen door de toenemende verkoopdruk structureel blijven
dalen omdat de hoeveelheid en hoogtes van nieuwe leningen
af blijft nemen, wat op veel plaatsen in de economie letterlijk
een tekort aan geld geeft. Dit geeft een versterkende terugkoppelende
neerwaartse druk zoals hierboven beschreven. De economie zal
blijven vertragen, in een ernstiger tempo dan in de jaren
30 van voorgaande eeuw.
Gevolgen van onze manier van uitdrukken
Deze toepassing en acceptatie van het geldsysteem door de
mens heeft enorme gevolgen. Buiten de door het geldsysteem
aangestuurde noodzakelijke specialisaties, opschaling en fusies
van menselijke activiteiten om als deelnemer levensvatbaar
te blijven in dit kapitalistische model durf ik me eigenlijk
geen beeld te vormen bij de maatschappelijke problemen die
reeds in ontwikkeling zijn. Bij een krimpende geldhoeveelheid
kan men, om in het geldsysteem te spreken niets meer
verdienen, moet men bezuinigen of wordt
de activiteit door toedoen van de financierder of andere schuldeisers
gestaakt omdat er niet meer aan de verplichtingen voldaan
kan worden. Conflicten en frustraties tussen mensen
zullen omwille van het geldsysteem enkel toenemen. Zekerheden
zoals waarderingen van vastgoed, aandelen en obligaties komen,
uitgedrukt in het geldsysteem, steeds meer onder druk te staan.
Dit zal door de mens, als deelnemer aan het kapitalistische
systeem, als een teleurstelling worden ervaren. Ook marktpartijen
in de voedselketen, het onderwijs en de gezondheidszorg drukken
zich (noodzakelijkerwijs) uit in het door ons toegepaste geldsysteem.
Mensen zouden moeten blijven eten, maar zolang ook voor deze
activiteit het geldsysteem de bindende voorwaarde schept,
wordt dat toch een probleem. Bovendien komt de geloofwaardigheid
van het geldsysteem steeds meer in het geding, de staatsschuld
loopt sterk op(o.a. door staatssteun aan financiële instellingen
en stimuleringsmaatregelen), terwijl in de reële economie
de hoeveelheid leningen af blijft nemen door dalende onderpanden
en de geldhoeveelheid blijft krimpen. Tot een maatschappelijk
geaccepteerde oplossing kunnen we als mens, redenerend, handelend
en zoekend binnen het geldsysteem, gewoonweg niet komen. Het
is belangrijk deze andere benadering van de problematiek te
overwegen en ons bewust te worden van de reden van de huidige
situatie want zolang de afspraken, die gevormd zijn in het
geldsysteem, blijven gelden zullen de economische problemen,
een voedselcrisis, politieke instabiliteit, sociale onrust
en verdere conflicten wereldwijd enkel blijven toenemen. We
willen het niet, maar omdat we ons als mens collectief uit
blijven drukken in het door ons toegepaste geldsysteem, gebeurt
het.
Samengevat
De fundamentele oorzaak van de nu reeds begonnen gigantische
crisis is gelegen in het feit dat we als mens het door ons
toegepaste geldsysteem accepteren. Vanuit de werking van dit
geldsysteem is volledig de rode draad van de huidige problematiek
te verklaren. Vingerwijzen naar sub-prime leningen, derivaten,
banken, hypotheekadviseurs of andere marktpartijen is dus
fundamenteel ongegrond. Deze marktpartijen hebben in bepaalde
gevallen het proces van geldgroei versneld tot de ommekeer
gebracht door, met behulp van positie en macht, zichzelf te
verrijken. Ze zouden het echter onmogelijk hebben kunnen voorkomen.
Indien het leengedrag van de deelnemers aan het kapitalistische
systeem in een vroeger stadium was beteugeld, en daardoor
de groei van de geldhoeveelheid was gestagneerd, had dat zulk
een crisis reeds eerder ingeluid, aantoonbaar. Ook overheden
kunnen binnen de spelregels van het geldsysteem geen maatregelen
nemen die een structurele, maatschappelijk aanvaardbare oplossing
bieden, hoe graag ze ook zouden willen. Omdat we, reeds een
aantal eeuwen, dit geldsysteem met pyramidestructuur toepassen
en als mens hebben geaccepteerd, ondergaan we na een periode
van groeiende geldhoeveelheid een periode van een krimpende
geldhoeveelheid of het ongeloofwaardig worden van het geldsysteem.
De mens wordt door te zoeken binnen de systeemgrenzen belemmerd
in het vinden van alternatieve oplossingen. Een verandering
is echter onafwendbaar en de toekomst is niet meer te meten
met de maatstaven van de huidige wereld. Hopelijk lukt het
de mens dit geldsysteem en daarmee al haar voorwaarden, regels
en verwachtingen uit zijn hoofd te verbannen en de verandering
te interpreteren als een nieuw begin, niet als een ondergang
of wereldeinde. Een oud weten leert ons dat tijden van de
koopman (Indien ik een activiteit verricht of
iets onderneem moet het mij wat opleveren), waarin men
in het hoofd zulk een systeem niet los kan laten eindigen
in verwarring, teleurstelling en conflict. De mens zou deze
door hem zelf opgelegde gedachte los kunnen laten en eenmaal
bevrijd van dat juk als bindende voorwaarde, uit vreugde,
plezier en liefde voor omgeving en medemens volop activiteiten
kunnen ontplooien.
Veranderingen van conceptuele raamwerken (paradigmas)
geven weerstand uit de maatschappij. In de komende jaren zal
blijken dat deze crisis zich verdiept indien de mens als deelnemer
aan het kapitalistische model het geldsysteem aan blijft hangen,
ongeacht het vaak tijdelijke optimisme en de steeds waanzinniger
wordende maatregelen die men binnen de systeemgrenzen zoekt.
Het geldsysteem schept de bindende voorwaarden voor het ontplooien
van activiteiten, is als het ware een gemeenschappelijke taal
waarin men communiceert. Iedereen krijgt bij het blijven toepassen
van dit geldsysteem en het niet veranderen van zijn instelling
als mens met problemen voortvloeiende uit deze economische
crisis te maken. We zouden nog genoeg voor elkaar kunnen betekenen,
enkel deze activiteiten uitdrukken in het geldsysteem gaat
door de krimpende geldhoeveelheid steeds stroever; mensen
zouden wel willen, maar kunnen zich vanwege de structuur van
dit geldsysteem steeds moeilijker verstaanbaar maken jegens
elkaar. Hoe logisch de huidige (vooralsnog financiële
en economische) gebeurtenissen in de wereld ook te verklaren
zijn, acceptatie van deze andere benadering is in laatste
instantie een sociologisch proces. Gezien de gevolgen die
de acceptatie en toepassing van het geldsysteem in de zeer
nabije toekomst in de maatschappij heeft zag ik me genoodzaakt
deze uiteenzetting als betoog op te tekenen om als mens op
deze manier staande tegenover de wereld mijn verantwoordelijkheid
te nemen.
|