Olie Golf van Mexico verdwijnt in grootste doofpot ooit
10 augustus 2010
Door Hiram Lee
 |
| Barack I |
We hebben al heel wat doofpotoperaties voorbij zien komen
in deze tijd die getekend wordt door onbeschrijflijke misdaden,
bodemloze corruptie en hallucinante leugens. Keizer George
III en zijn handlangers bouwden tot nu toe de grootste doofpot,
waar ze een boosaardig complot rond twee wolkenkrabbers, vier
vliegtuigen en 3.000 dode burgers in lieten verdwijnen. Maar
de doofpotoperatie die zich op dit moment afspeelt - geestdriftig
ondersteund door de keizerlijke media in het gehele rijk -
mag er ook zijn. De regering van Barack I stelt dezer dagen
namelijk alles in het werk om het einde van de olieramp in
de Golf van Mexico te verkondigen. En alsof er niets gebeurd
is wordt een terugkeer naar de situatie van voor april 2010
voorbereid. Dat deel van de Amerikaanse bevolking wiens broodwinning
door de catastrofe met de Deepwater Horizon vernietigd werd
wordt aan zijn lot overgelaten.
De imperiale overheid verspreidt sinds gisteren via haar
propagandakanalen (hier te lande zijn dat ANP, Belga, NOS
en VRT) het sprookje dat de meeste olie die uit het lek in
de Golf in zee spoot of opgevangen of verdampt
is. Volgens de officiële verklaringen bevindt zich nog
slechts een kwart in de Golf.
Die bewering stamt uit een bericht van de Amerikaanse meteorologische
en oceanografische dienst, de NOAA, en wordt door het Nationale
Crisiscentrum aan de Golf verder verspreid. Het is de recentste
leugen uit een rij die inmiddels niet meer te overzien is.
Vanaf het begin hebben het regime van Barack I en British
Petroleum (BP) de werkelijke omvang van de milieuvervuiling
afgezwakt. In de eerste weken na de ramp, op 20 april 2010,
meldde de NOAA dat er 5.000 vaten olie per dag in de Golf
stroomden. Maar ook in de maanden die volgden probeerde de
NOAA de ernst van de zaak te bagatelliseren.
Net zo hard als men zelf vervalste data over de olieramp
verspreidde werden de beweringen van onafhankelijke onderzoekers
uitgebreid in twijfel getrokken. Een van hen is mevrouw Susan
Shaw, toxicologe en hoofd van het Marine
Environmental Research Institute. Zij verklaarde tegenover
de media: "De mensen hebben de ongenuanceerde mededelingen
zo begrepen dat de meeste olie al uit het water is. Dat is
niet waar. Ongeveer 50% drijft nog in de zee." Anderen,
zoals de oceanograaf en chemicus David Hollander van de Universiteit
van zuid-Florida, noemde de cijfers van de overheid lachwekkend.
Volgens hem vormt 75% van de uitgestroomde olie nog een directe
bedreiging van het leven in en rond de Golf van Mexico.
Maar ook als de afgezwakte cijfers van de Imperiale regering
kloppen betekent dat nog steeds dat er niet minder dan 400
miljoen liter olie in de Golf ronddrijft - ongeveer 10 keer
zoveel als er in 1989 uit de gestrande tanker Exxon Valdez
stroomde. De broodwinning van de vissers aan die kust is nog
steeds niet hersteld.
De zorgen van de wetenschappers houden de Imperiale regering
er niet van af hun propagandacampagne voort te zetten. Carol
Browner, baas van het departement van Energie & Milieubescherming,
probeerde de Amerikaanse arbeider zondag gerust te stellen
door in de uitzending 'Meet te Press' te zeggen dat "veruit
de meeste olie uit het water is". Waar het nu wel is
zei ze er niet bij. Op dezelfde dag feliciteerde de baas van
het Crisiscentrum, Thad Allen op CBS oliemaatschappij BP en
zei erbij dat de firma "goed werk" geleverd had.
De overige oliemaatschappijen laten er overigens geen gras
over groeien en oefenen alweer volop druk uit om het moratorium
op olieboringen in de Golf, dat nog tot 30 november van kracht
is, eerder opgeheven te krijgen. Michael Bromwich, hoofd van
de Minerals Management Service, verantwoordelijk voor
het (gebrek aan) toezicht op de olieboringen, gaf er vorige
week al blijk van best bereid te zijn het moratorium eerder
op te heffen: "We hopen allemaal dat dat eerder kan dan
30 november."
De oliemaatschappijen zullen derhalve zeer binnenkort verder
gaan met het boren naar olie op grote diepte in de Golf van
Mexico, zonder één enkele wijziging of verbetering
van hun veiligheidsplannen. De fractievoorzitter van de Democraten
in de Imperiale senaat, Harry Reid trok kort geleden een wetsontwerp
terug dat voorzag in een strengere regelgeving van de offshore-boringen
en hogere geldstraffen voor milieuvervuiling. Uiteraard deed
senator Reid dat geheel uit eigen beweging, zonder enig financieel
argument van de olielobby.
De campagne om de gevolgen van de olieramp klein te kletsen
hebben ook als doel de financiële verliezen van BP te
verminderen en de toekomst van de oliemaatschappij veilig
te stellen. Het vooraf al volledig ontoereikende compensatiefonds
van 20 miljard dollar, dat Barack I en BP overeenkwamen dient
alleen om de firma tegen al te zware schadeclaims te beschermen.
Keizer Barack stelde zijn vriend Kenneth Feinberg aan als
beheerder van het fonds. Feinberg zal beslissen wie wel en
wie niet voor schadevergoeding in aanmerking komt. Uiteraard
doet hij dat geheel onafhankelijk. Het feit dat hij op de
loonlijst staat bij BP zal zijn oordeel uiteraard op geen
enkele manier beïnvloeden.
Daarom is het ook niet nodig om iemand ter verantwoording
te roepen - noch bij BP, noch bij de Imperiale overheden.
Tenslotte hebben de instanties die toezicht moesten houden
alleen maar jarenlang alle milieu- en andere veiligheidsvoorschriften
genegeerd, en daarnaast was het onderzoek naar de oorzaken
van de ramp met de Deepwater Horizon uiteraard slechts een
lachwekkend toneelspel, zonder enige gevolgen voor de schuldige
partijen (BP en de Imperiale overheid). De hoorzittingen werden
tenslotte geleid door niemand minder dan William Reilly, lid
van de Raad van Commissarissen van oliemaatschappij Conoco-Phillips.
Het zal dan ook weinig verbazing wekken dat de hoorzittingen
verwerden tot een lange persconferentie waarin de medewerkers
van BP en de overheid de kans kregen zichzelf - zonder al
veel kritische vragen - vrij te pleiten.
Gebeurtenissen als deze bewijzen nog maar eens dat megafirma's
als BP boven de wet staan en dat alle gevestigde media aan
hen onderhorig zijn. Ze tonen nog maar eens aan dat de Imperiale
volksvertegenwoordigers, net als hun schaduwen in Europa,
niet het volk vertegenwoordigen, maar het kapitaal. Want net
als de verantwoordelijken voor de nog steeds voortwoekerende
kredietcrisis op Wall Street er vanaf kwamen met een opgeheven
vinger, gaan ook de CEO's van de oliefirma's vrolijk verder
met hun criminele praktijken.
De Imperiale regering, de politiek in zijn geheel en de medeplichtige
media hebben weer maar eens bewezen hoezeer ze de gewone man,
de arbeider, de burger verachten. Ze denken werkelijk dat
het volstaat om te verklaren dat de "missie is volbracht"
om de grootste milieuramp in de geschiedenis van de moderne
mens achter zich te laten.
Maar kan het zijn dat ze zich vergissen? Hoe veel kan de
gewone man nog hebben? Hoe lang moet het nog duren voordat
de 'kiezer' zijn woede over het door en door corrupte en cynische
gedrag van de overheden en politici de vrije loop laat? Deze
woede zal zich vroeg of laat wreken. Willen we in de toekomst
voorkomen dat overheden en bedrijven op een gelijkaardige
- waardeloze - manier reageren op zulke rampen dan zal men
moeten inzien dat het niet de personen zijn, maar de ideologie
die zij aanhangen die verantwoordelijk is voor rampen als
die in de Golf van Mexico. Die ideologie is het Kapitalisme.
|