Gilad Atzmon - The Wandering Who?
De Israëlische 'samenleving' ontmaskerd
30 september 2011
Door William A Cook
Het inzicht in het organisme dat werd gecreëerd door
de Zionistische beweging dat Gilad Atzmon aan de dag legt
in zijn boek The
Wandering Who?, is explosief. Het trekt de sluier van
Israëls zogenaamde beschaving, van zijn zogenaamde vriendschap
met de Verenigde Staten en zijn geveinsde bezorgdheid over
de Westerse grootmachten - Brittannië, Canada, Australië,
Frankrijk en Duitsland. Onder de sluier vinden een moordenaar
die helemaal klaar is om alles en iedereen die zijn tribale
doelstellingen ook maar iets in de weg legt af te maken.
Een half jaar geleden typeerde Atzmon Islam en Jodendom als
tribale (op de stam georiënteerde) geloofssystemen, die
niet wortelden in 'verlicht individualisme', maar veel meer
in het 'overleven van de uitgebreide familie'. Deze geloofssystemen
hebben helemaal niets uitstaande met persoonlijke vrijheden
of individuele rechten, maar alles met het beschermen van
hun wereld en hun manier van leven. In tegenstelling tot het
stammendenken van de Islam kan het stammendenken van het Jodendom
"nooit leven in harmonie met menselijkheid en universalisme".
Beide religies houden stand als een systeem dat diepgaande
antwoorden biedt op het gebied van het spirituele, het culturele,
burgerlijke aangelegenheden en alle daagse dingen. Wat dat
betreft zijn Islam en Jodendom meer dan slechts religies:
ze propageren een volledige manier van leven. The
Wandering Who? is de persoonlijke reis van een man die
werd geboren in Jeruzalem en werd opgevoed met de Joodse manier
van leven, doordrenkt met de mythes van de oprichting van
de Joodse staat. "Verhevenheid werd in onze ziel ingebakken,
we keken naar de wereld door een racistische, chauvinistische
bril. En we voelden daarover geen enkele schaamte."
Atzmon diende in de jaren '80 in het Israëlische leger
in Libanon, en kreeg in zijn late tienerjaren een openbaring
die voor een groot deel werd veroorzaakt door het luisteren
naar de stemmen aan de andere kant van de muur, die het getto
dat Israël is omgeeft. Deze openbaring dwong hem het
verschil te zien tussen identiteit en identificeren, tussen
zelf denken en het gehoorzaam zijn aan een ideologie. Ineens
zag hij het onderscheid tussen Joden als mensen, Jodendom
als een religie en Joodsheid als een ideologie op basis van
identiteit.
Wat maakt dan van een Jood een Jood?
Atzmon onderscheidt drie categorieën: zij die aanhanger
zijn van het Joodse geloof, zij die zichzelf als mens beschouwen
en die toevallig van Joodse afkomst zijn en zij die hun Joodsheid
boven al hun andere kenmerken stellen. Chaim Weizman, de eerste
Israëlische President en een Zionist, behoorde tot de
laatste categorie, voor hem was het "het primaire kenmerk".
Vladimir Jabotinsky schreef"
de kern van zijn spirituele
wezen zal altijd Joods blijven, omdat zijn bloed, zijn lichaam,
zijn fysieke ras Joods zijn". ("A Letter on Autonomy,"
1904).
Het is dan ook dat identificerende principe dat Atzmon ziet
als het gevaarlijkste; niet alleen voor het Jodendom, maar
voor de veiligheid van de Joden, van hun vrienden en hun buren.
"Het was waarschijnlijk toen ik me dat realiseerde, dat
ik ophield een uitverkorene te zijn en begon een gewoon mens
te worden," schrijft hij daarover.
"Voor mij is Joods zijn, boven alle andere kenmerken,
proberen onrechtvaardigheid te overwinnen en te hongeren naar
gerechtigheid in deze wereld, en dat betekent respect hebben
voor andere mensen, ongeacht hun nationaliteit of religie,
en medeleven tonen wanneer je geconfronteerd wordt met het
lijden van anderen waar dan ook, en wie dan ook het slachtoffer
is."
Het is dan ook opmerkelijk dat Atzmon zich wendt tot het
oeroude verhaal van de zwervende Jood om de vinger te kunnen
leggen op de moeilijkheden die inherent zijn aan de tegenstrijdigheden
verbonden aan het Jodendom in de wereld van vandaag: tribalisme
tegenover universalisme, uitverkorenheid tegenover democratische
gelijkheid, de macht van het aan je laars lappen van wetten
tegenover de macht van de wet, bestuurd worden door een Zionistische
ideologie tegenover luisteren naar de stem van het volk, en
de stammenmoraal waar normen en waarden worden gefabriceerd
voor politieke doeleinden tegenover onvervreemdbare rechten
voor alle kinderen van de natuur.
De belangrijkste symbolische waarde van het verhaal zit hem
in het vaststellen van het 'anders zijn', in dat unieke concept
van 'uitverkoren zijn' dat Joden van de rest van de mensheid
onderscheidt, en dat steeds weer resulteert in ideologisch
en psychologisch isolement, dat vervolgens door de Zionisten
en de Neoconservatieven wordt gebruikt voor het manipuleren
van de Joden en het oprichten van de Joodse staat.
Het "primaire kenmerk" van Joodsheid van Jabotinsky
en Weizmann staat assimilatie in de weg, en dwingt zodoende
de Joden altijd een vreemde te blijven, waar hij of zij ook
is. Persoonlijke identificatie gebeurt alleen binnen de stam,
een virtuele en absolute overgave aan de Joodsheid, waardoor
het mogelijk wordt Joden over heel de wereld als "sayanims"
(helpers) te gebruiken, en zo de doeleinden van de Joodse
staat te helpen bewerkstelligen. "De sayan is een persoon
die het land waar hij burger van is zou verraden vanwege zijn
toewijding tot de hersenschim van een tribale broederschap."
"Er zijn duizenden sayanim over heel de wereld. Alleen
in London zijn er 2.000 actief en staan er 5.000 klaar om
actief te worden. Ze doen heel verschillende dingen. Een
auto-sayan heeft een autoverhuurbedrijf en kan de Mossad
aan een auto helpen zonder al het lastige papierwerk, een
bank-sayan kan een agent midden in de nacht aan geld helpen,
een arts-sayan kan een kogelwond verzorgen zonder dat hij
dat aan de politie meldt. De gedachte is een heel arsenaal
aan mensen beschikbaar te hebben als je ze nodig hebt, die
er het zwijgen toe zullen doen uit loyaliteit voor de goede
zaak."
"In de ogen van de Zionisten is Joodsheid een internationaal
netwerk. Joods zijn is een diepe toewijding, die veel verder
gaat dan legale of morele overwegingen," schrijft Atzmon.
Hij heeft het over de invloed van de Zionisten en hun Neoconservatieve
sayanim in de Verenigde Staten, waardoor de Israëlische
'zaak' nu de Amerikaanse 'zaak' is geworden: 'the USA Defense
Planning Guidance Report for fiscal years 1994-1999'. Deze
manipulatieve strategie "transformeerde de Joodse stamdynamiek
tot een wereldwijd, collectief systeem". Het maakte van
de legers van de VS en Brittannië Zionistische missielegers.
Door de Israëlische en Neoconservatieve manipulaties
van de regeringen van Brittannië en de VS vallen deze
landen de vijanden van Israël in de regio (Irak, Pakistan)
aan, worden er sancties uitgesproken tegen andere vijanden
(Syrië, Iran) en worden de bezetting en onderdrukking
van Palestina en de terloopse vernietiging van Libanon (2006)
en Gaza (2009) met de mantel der liefde bedekt.
Atzmon legt de innerlijk ziel - of beter de afwezigheid daarvan
- van de staat Israël bloot en hoe die is geëvolueerd
van het prille Zionisme tot een uiterst sluwe combinatie van
oeroud Jodendom en wereldse lusten om zijn doelstellingen
te bereiken. Een combinatie die als een soort nageboorte naarlingen
als Paul Wolfowitz, Richard Perle, William Kristol, Gary Schmitt,
Stephen Campone, Abram Shulsky, Dick Cheney en Donald Rumsfeld
rond het altaar van professor Leo Strauss samenbracht; naarlingen
die via hun Project for the New American Century de opdracht
gaven voor de aanslagen van 11 september in New York en 7
juli in Londen, en daarmee de hoofdverantwoordelijken zijn
voor de vernietiging van Irak en Afghanistan en voor de verregaande
instabiliteit in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en binnenkort
wellicht ook in Europa (zie Kosovo).
Atzmon's analyse toont ons de gebruikte strategie van de
Zionisten om 'hun volk' onder de duim te houden: "De
een of andere onbeduidende politicus probeert hun geïntegreerde
broeders en zusters zwart te maken. Dat doen ze om twee redenen.
Ten eerste geeft dat de duidelijke boodschap dat echte assimilatie
onmogelijk is, en ten tweede drijft het de geïntegreerde
weer terug in de klauwen van zijn clan. Zo worden Amerikaanse
Joden gedwongen zich over te geven aan de "primaire kenmerken"
van zijn Joodsheid en ze te verkiezen boven loyaliteit aan
zijn land. "In de eerste plaats ijn het Joden, dan pas
mensen."
De Zionisten manipuleren met opzet Joods separatisme in hun
voordeel, door de Joden een mythe van eeuwige vervolging in
te prenten en dit als bewijs te gebruiken dat ze maar beter
de staat Israël zouden ondersteunen, schrijft Atzmon.
Het betreft hier volgens hem een vorm van "virtuele gettovorming"
middels het bewerkstelligen van een soort Pre-Traumatic
Stress Syndrome, een aanhoudend, groots opgezet verhaal
over de Israëlische rol van eeuwig slachtoffer, veroorzaakt
door de Holocaust: ze zullen de zee worden ingedreven, van
de kaart worden geveegd, hun bestaansrecht ontnomen. Steeds
weer wordt de Joden verteld van de vreselijke catastrofe die
hen te wachten staat. Joden zouden maar beter loyaal blijven
aan de stam, zo de kern van het verhaal van de Zionisten,
anders loopt het slecht met hen af.
De Zionisten brengen bij de Joden het omgekeerde te weeg
van wat hun veronderstelde uitverkorenheid tot resultaat zou
moeten hebben, stelt Atzmon vast. Het uitverkoren zijn zou
het religieuze besef met zich mee moeten brengen dat er een
moreel prijskaartje aan vast hangt om "een lichtend voorbeeld
van ethisch juist gedrag te zijn". Volgens Atzmon is
dat in de Zionistische gedachtengang echter "gereduceerd
tot een rauw, etnocentrisch, bloeddorstig chauvinisme, een
soort tribale verhevenheid waarin 'hou net zoveel van jezelf
als je anderen haat' een pragmatische werkelijkheid wordt."
Het gevolg, volgens Atzmon: "Deze vorm van verhevenheid
ligt ten grondslag aan de Zionistische
claim op Palestina, ten koste van de oorspronkelijke bewoners.
Gerechtigheid is geen overweging."
Echter, de meest geniepige verminking die de Zionisten het
Joodse volk en hun geloof hebben opgelegd nadat ze de controle
over de staat Israël volledig in handen hadden was het
kneden van de holocaust tot een industrie en een religie.
Het creëren van de industrie wordt uitgebreid behandeld
door Norman Finkelstein. Met de hulp van Professor Yeshayahu
Leibowitz en Adi Ophir probeert Atzmon een beschrijving te
geven van deze transformatie van de Holocaust tot religie
en de gevolgen daarvan. Leibowitz stelde dat "het Joodse
geloof 200 jaar geleden is gestorven. Nu is er niets meer
dat Joden over heel de wereld verenigt, behalve de Holocaust."
Volgens Atzmon kon Leibowitz wel eens de eerste geweest zijn
die herkende dat de Holocaust was verworden tot een religie,
compleet met priesters, profeten, geboden, en dogma's, rituelen
en tempels. Hij schrijft:
De Holocaust-religie is, uiteraard, tot op het bot Joods.
Hij definieert de Joodse raison d'etre. Voor Zionistische
Joden bewijst het dat de Diaspora volledig uitgeblust is,
en dat de goj potentiële irrationele moordenaars zijn.
Deze nieuwe Joodse religie predikt wraak. Het zou best eens
de meest sinistere religie kunnen zijn die de mens ooit
gekend heeft, want uit naam van het Joodse lijden geeft
het toestemming te moorden, te vernietigen, te bombarderen,
uit te roeien, te plunderen en etnisch te zuiveren. Het
heeft wraak tot een acceptabele Westerse moraal verheven.
Gilad Atzmon geeft in zijn boek het beeld zoals we dat eigenlijk
in de hele wereld zien, een wereld die wordt vormgegeven door
de Zionisten: we zien overal om ons heen de consequenties
van acties die de eenheid van de mensheid verachten en die
welvaart en rijkdom voor enkelen vergaren ten koste van de
rest.
De verklaring die Atzmon geeft van Joodsheid en hoe die is
gemanipuleerd en gegijzeld door de Zionisten is kritisch,
vernietigend. Zijn boek verduidelijkt hoe men te werk is gegaan
bij het overnemen van de Verenigde Staten, van Brittannië,
en van vrijwel alle landen in West-Europa, die nu volledig
naar de pijpen van Israël dansen. Atzmon ontrafelt de
fijnmazige sluier over de arrogantie, het bedrog en de hypocrisie
van de machthebbers in Tel Aviv, legt uit waarom ze veroordeeld
zijn tot terrorisme en geweld en brengt de verschrikking van
hun verraad en de leegte van hun woorden aan de oppervlakte.
Atzmon doorgrondt volledig de beschrijving van de Virtuoso,
de zwervende Jood, van Hawthorne, zoals die treffend de
gedachtengang beschrijft van hen die het politieke proces
in de wereld een deterministische en immorele weg doen inslaan:
"
er zat een ongrijpbare, verbitterde ondertoon
in de manier waarop hij sprak, als van iemand die nooit vriendelijk
wordt bejegend, die overgoten is met een lot dat nog nooit
iemand is aangedaan, en als gevolg waarvan hij niet langer
menselijk is. En toch, een van de gruwelijkste gevolgen van
zijn lot was dat het slachtoffer het niet langer als een calamiteit
beschouwde, maar het uiteindelijk had geaccepteerd als het
allermooiste wat hem ooit in de schoot had kunnen vallen."
Een dergelijke gedachtengang accepteert geen schuld, want
het heeft elke persoonlijke verantwoordelijkheid voor wat
er van hem geworden is van zich af geschoven. Alleen de stam
bepaalt wat juist is: individualisme, aangeboren rechten,
autonomie, persoonlijke verantwoordelijkheid voor de democratie
bestaan niet langer.
Deze manier van denken, samengebracht in functionerende,
wereldwijde, tribale concentraties van macht, richt zich maar
op één stem: die van hen. Het bestrijdt democratie,
maar noemt zichzelf democratisch; het spreekt van universele
rechten, maar beschermt alleen zichzelf; het spreekt van broederschap
met landen die de wet respecteren terwijl ze alle wetten behalve
die van zichzelf aan hun laars lappen; het presenteert zichzelf
als een land dat doordrongen is van de juiste normen en waarden
en vaardigt tegelijkertijd wetten uit die neerkomen op een
systeem van Apartheid.
Deze denkwijze niet verdedigen staat gelijk aan jezelf en
je Joodsheid die je je identiteit geeft vervloeken. Het is
een vorm van zelfkastijding; een zeer krachtige identiteit,
gefabriceerd uit oude verhalen die zelfs de simpelste zielen
onder hen verhevenheid biedt over anderen, die moeten worden
vernederd en zelfs vernietigd. Het is, de stammendynamiek,
het verdedigen van de groep tegen elke prijs of opgaan in
de massa. Het had zijn waarde in de oudheid, maar het kan
niet gehandhaafd worden in een wereld waarin 192 landen overeenkomsten
hebben afgesloten op basis van gelijkheid, respect en menselijke
waardigheid. Om aan hun overtuigingen vast te houden dienen
overeenkomsten en gelijkheid worden uitgesloten, net als gerechtigheid
en vrede voor iedereen. Aangezien de macht die ze uitoefenen
over en het geld dat ze gebruiken voor de controle over het
Amerikaanse congres en het Britse parlement, met een gelijksoortige
invloed in Canada, Australië, Frankrijk en Duitsland,
zoals Atzmon duidelijk aantoont, bestaat het gevaar dat een
kleine groep domineert over de richting die de internationale
politiek uitgaat. En dat is een bedreiging voor de internationale
veiligheid en het streven naar vrede.
De Jood van de 21e eeuw zwerft, net als Jeremia dat vroeger
deed, over de wereld en waarschuwt voor de aanstaande duisternis
die schuilgaat achter het masker van beschaving van de staat
Israël. De wereld ontmoet deze staat in de wandelgangen
van de Verenigde Naties, via zijn vertegenwoordigers in krijtstreep,
die het welbespraakt hebben over democratie, gerechtigheid,
zelfverdediging en terrorisme die de beschaving bedreigt.
Maar achter dat masker van beschaving gaat een land schuil
met oorlogszuchtige, fascistische leiders wiens enige doel
het is macht uit te oefenen over organisaties die werden opgericht
om gelijkheid en rechtvaardigheid in de wereld te verspreiden.
Het doel daarvan is tijd te winnen en ondertussen hun gedroomde
Eretz Yisrael te realiseren middels de doorlopende etnische
zuiveringen onder de oorspronkelijke bewoners. Gilad Atzmon
is bang deze uitkomst voor de Joden en veracht de Zionisten
die het prediken. The
Wandering Who? pleit voor een alternatief
voor de Joden: ze kunnen iedereen zijn, eensgezind qua ziel,
eensgezind qua sympathie, en eensgezind qua respect en waardigheid
voor de hele mensheid.
|
© Arjan Plantinga
Alle rechten voorbehouden
|
|
|
|
|
|
|