Aftellen naar de volgende massamoord van de NAVO
10 februari 2012
Door Joe Quinn
Terwijl de gevestigde media hun stinkende best doen om de
wereld ervan te overtuigen dat de gebeurtenissen in Syrië
het resultaat zijn van weer maar een 'revolutie van het volk',
wijzen alle feiten weer op een door de Amerikaanse regering
gefinancierde, bloedige machtswissel. De VS schrikken nu eenmaal
niet terug voor een paar honderd, een paar duizend of zelfs
een paar miljoen onschuldige burgerdoden om hun doelen te
bereiken.
An het einde van de jaren '60 en in de eerste helft van de
jaren '70 trainde, financierde en bewapende de CIA zogenaamde
anticommunistische Hmong-rebellen in Laos; een strategie die
er uiteindelijk toe leidde dat de VS meer bommen op de onschuldige
burgerbevolking van Laos liet vallen dan ze tijdens de hele
Tweede Wereldoorlog dropten. Tegelijkertijd vloog de CIA met
zijn Air America-vliegtuigen enorme hoeveelheden heroïne
het land uit. Daarvoor en sindsdien heeft de CIA tientallen
gewapende opstanden in tientallen landen over heel de wereld
op poten gezet met als doel Amerikaanse economische en politieke
alleenheerschappij over elke uithoek van de planeet te realiseren.
Sinds de oprichting in 1947 heeft de CIA ongeveer 3.000 grote
en zo'n 10,000 minder grote van dit soort operaties op poten
gezet, allemaal illegaal en veelal "onvoorstelbaar bloederig
en smerig". Volgens
de voormalige CIA-agent John Stockwell waren in 1988 al
meer dan zes miljoen mensen om het leven gekomen door deze
operaties.
In een interview met Amy Goodman op 2 maart 2007 verklaarde
de Amerikaanse generaal b.d. Wesley Clark dat e regering
van toen president George W. Bush van plan was zeven landen
in vijf jaar "plat te leggen": Irak, Syrië,
Libanon, Libië, Somalië, Soedan en Iran. Hoewel
de volgorde van de gebeurtenissen sindsdien lichtjes aangepast
lijkt te zijn, lijkt alles toch redelijk volgens plan te verlopen.
Bush zit niet meer in het Witte Huis, maar de regering van
Obama volgt een zelfde buitenlands beleid van onderwerping
en massamoord. Het lijkt er daarom op dat dit beleid door
een organisatie buiten het Witte Huis om gedicteerd wordt.
Na Afghanistan, Irak en Libië is Syrië de volgende
die aan de beurt is voor een door de NAVO (alias Amerika/Israël)
opgezette machtswissel. En wie de media goed volgt ziet overal
het handschrift van de subversieve tactieken van de CIA, MI6
en Mossad. Syrië staat al enkele jaren op Israëls
'te doen-lijstje', vooral omdat dit land momenteel het laatste
onafhankelijke, seculiere,
multi-etnische Arabische land in het Midden-Oosten is. Daarnaast
is Syrië een trouw
bondgenoot van Iran en een serieus obstakel voor de Israëlische
(Westerse)heerschappij over het Midden-Oosten.
In dit spel worden Arabische regeringen die weigeren zich
te onderwerpen aan het Westen voortdurend worden lastiggevallen
en gedestabiliseerd, tot het moment komt dat ze gedwongen
zijn een totalitair veiligheidsapparaat op te zetten. De Westerse
'democratieën' kunnen dan huiliehuilie doen over het
gebrek aan 'vrijheid' in het land en beginnen aan het proces
om de regering omver te werpen.
Tot hier toe is de Syrische 'revolutie' een identieke doorslag
van andere door de CIA opgezette 'machtswisselingen' van de
laatste 60 jaar: huurlingen en doodseskaders worden het land
binnengeloodst om 'onrust te stoken' voordat er op het juiste
moment een bommencampagne volgt.
Een van de leiders van de rebellen die Tripoli aanvielen
en nu militair gouverneur van Tripoli is Abdelhakim Belhadj.
Hij begon zijn carrière als Moedjahedien (getraind
en gefinancierd door de CIA) ten tijde van de Russische bezetting
van Afghanistan, en sloot zich daarna, in 1990 , aan bij de
Libische Islamitische Strijders die poogden Khaddafi van de
troon te stoten. In 1998 moest hij Libië ontvluchten
en sloot hij zich aan bij de Taliban. In 2002 werd er door
de Libische regering een arrestatiebevel uitgevaardigd voor
Belhadj. Daarin werd beweerd dat hij "nauwe betrekkingen"
onderhield met al-Qaeda-leiders, en meer specifiek Taliban-leider
Mullah Omar.
Volgens de voormalige Spaanse minister-president Jose Maria
Aznar werd Belhadj verdacht van medeplichtigheid aan de aanslagen
in Madrid van 2004. Als virtueel CIA-agent hield die dienst
hem al die tijd in de gaten. In 2004 werd hij in Bangkok en
overgebracht naar een geheime gevangenis in Libië. Daar
bleef hij tot vorig jaar, toen hij wist te ontsnappen en de
CIA hem aanstelde als leider van de Libische revolutie.
De CIA gebruikt dus 'terroristen' om "vrijheid en democratie"
te brengen naar staten die "onderdak bieden aan Moslimterroristen".
Een 'Ier' genaamd Mahdi al-Harati was Belhadj's adjudant
in de Militaire Raad van Tripoli, totdat hij ontslag
nam in oktober 2011. Meneer al-Harati heeft sindsdien
verklaard dat hij door de CIA werd betaald om de strijd tegen
Khadaffi te organiseren. Volgens een artikel
in de Sunday World van 6 november 6, 2011 werd er €200,000
aan contant geld en dure juwelen gestolen uit het huis van
al-Harati in Dublin. Hij verklaarde de aanwezigheid van het
geld door te zeggen dat hij het "had ontvangen van een
Amerikaanse inlichtingendienst" voor zijn hulp bij het
verdrijven van Khadaffi. al-Harati nam overigens ontslag uit
de Militaire Raad enkele dagen nadat de inbraak in zijn woning
had plaatsgevonden.
Nog geen twee maanden later, op 17 december 2011, publiceerde
de Spaanse krant ABC een reportage van Daniel Iriarte met
de titel 'Libische
Islamisten naar Syrië voor hulp bij de revolutie'.
Tijdens zijn bezoek aan de Libische rebellen in Syrië,
ontmoet . Iriarte drie Libische rebellen: Adem Kikli, die
zegt te werken voor Belhadj; Fuad, een lijfwacht, en niemand
minder dan Mahdi al-Harati. Die laatste vertelde de journalist
dat hij en zijn vrienden in Syrië µwaren om te
"evalueren wat de Syrische revolutionaire broeders nodig
hebben, niet om te vechten".
Al-Harati vertelt de ABC-reporter dan iets heel onverwachts:
"Ik raakte gewond tijdens de aanval op de Mavi Marmara
en bracht negen dagen door in een gevangenis in Tel Aviv."
Deze vooraanstaande Islamitische CIA-huurling is dus ook een
pro-Palestijnse activist! Tenzij... Tenzij hij aan boord was
van de Mavi Marmara in de rol van spion voor Mossad.
In april 2011 zond de Syrische staatstelevisie verklaringen
uit van drie mannen die waren gearresteerd omdat ze werden
verdacht van betrokkenheid bij aanvallen op burgers en Syrische
veiligheidstroepen. Anas al-Kanj, die zich opwierp als de
leider van de "gewapende terroristengroep" zegt
in de uitzending dat hij "wapens en geld" heeft
ontvangen van het Libanese parlementslid Jamal Jarrah, via
een tussenpersoon, , Ahmad al-Uda, die zichzelf bekendmaakte
als een lid van de in Syrië verboden organisatie Moslim
Broederschap.
Kanj zei dat hem was opgedragen "mensen aan te zetten
tot protest, vooral in de buurt van de Ummayad Moskee in Damascus"
en in de protesthotspots Daraa, Latakia en Banias, om "protest
te organiseren om het regime omver te werpen en sabotage te
plegen". Agence France-Presse meldde aan
de hand van een bericht in de Syrische krant Ath-Thawra
dat was de opdracht had "op demonstranten te schieten
om paniek te zaaien en de indruk te wekken dat de veiligheidstroepen
op de demonstranten schoten."
In een bijdrage
van december 2011 zegt de voormalige FBI-vertaler oprichter
van de National Security Whistleblowers Coalition (NSWBC),
Sibel Edmonds op haar website dat volgens haar bronnen "buitenlandse
militaire groepen, geschat op honderden personen, zijn begonnen
zich te verspreiden rond de dorpen in de buurt van de Jordaanse
stad Al-Mafraq, net over de grens met Syrië."
"Volgens een Jordaanse legerofficier die anoniem wenste
te blijven werd waargenomen hoe honderden soldaten, die geen
Arabisch spraken, zich de afgelopen twee dagen van en naar
deze gebieden bewogen in militaire voertuigen tussen de King
Hussein-luchtmachtbasis (10 km van de Syrische grens), en
de omgeving van de Jordaanse dorpen net over de Syrische grens."
In januari van dit jaar publiceerde de Britse website 'Elite
UK Forces' een rapport
dat stelde:
"[...] er gaan steeds meer geruchten dat Britse Special
Forces op de een of andere manier assistentie verlenen aan
troepen die zich verzetten tegen het Syrische regime.
"Rapporten van eind november 2011 melden dat Britse
Special forces zich hebben aangesloten bij leden van de Free
Syria Army (FSA), de gewapende tak van de Syrische Nationale
Raad. Het doel van dit eerste contact was klaarblijkelijk
vast te stellen hoe sterk de rebellen zijn en om het pad te
effenen voor toekomstige trainingsoperaties.
"Meer recente rapporten melden dat Britse en Franse
Special Forces heel actief zijn bij het trainen van de leden
van het FSA, vanuit een basis in Turkije. Sommige rapporten
geven aan dat er ook trainingen plaatsvinden op locaties in
Libië en in Noord-Libanon. Britse MI6-agenten en leden
van UKSF (SAS/SBS) hebben de rebellen blijkbaar getraind in
stadsgevechten en ook wapens en materiaal geleverd. CIA-agenten
zouden zorgen voor assistentie bij de communicatie van de
rebellen."
Enkele Britse
kranten spraken over soortgelijke activiteiten. In dit
stadium zijn de gebeurtenissen identiek aan wat er in Libië
gebeurde, waar Britse en Franse special forces ook ter plaatse
waren nog voor de NAVO' aan zijn bombardementen begon.
De Amerikaanse ambassadeur in Syrië is sinds 2010 Robert
Stephen Ford. Daarvoor was Ford politiek adviseur van de Amerikaanse
ambassade in Bagdad, van 2004 tot 2006 was dat onder leiding
van 'Meneer Doodseskader' John
Negroponte. Na het succesvol opzetten van doodseskaders
in Syrië is Ford volgens
de berichten nu weer terug in zijn oude arena om de leiding
te nemen over de doodseskaders van de Amerikaanse ambassade
in Bagdad.
De feitelijke Syrische 'revolutie' begon in maart 2011, toen
er gevechten uitbraken in de relatief kleine stad Daraa op
de grens met Jordanië, en niet in - wat logischer zou
zijn - on de grote steden Damascu of Homs. Sindsdien hebben
de Westerse media systematisch een vals beeld geschetst van
de omvang van de anti-regeringsprotesten en beriep men zich
op vervalste of bevoordeelde rapporten voor het vaststellen
van aantallen slachtoffers van het geweld.
Zo melden vrijwel alle mediaberichten
hier over de gevechten in Daraa in maart dat de politie anti-regeringsprotestanten
aanviel. Andere
rapporten spreken over meer doden aan de kant van de politie
dan van de demonstranten. De vraag over hoe de Syrische regering
dan wel dient te reageren op gewapende binnenlandse opstanden
wordt in het Westen nooit gesteld. Kijken we naar de VS dan
blijkt dat de Amerikanen zich veel meer veroorloven dan de
Syriërs, terwijl landen als Oezbekistan, Bahrein en Jemen
(bondgenoten van het Westen) ongehinderd hun gang mogen gaan
tegen de eigen bevolking.
In juni 2011, meldden de Syrische staatsmedia dat ten minste
120
leden van de eigen veiligheidstroepen om het leven waren
gekomen bij gevechten die men "gewapende organisaties"
noemde. Let wel dat de berichten over de serieuze gewapende
gevechten vrijwel allemaal uit grensplaatsen komen, hetgeen
een aanwijzing is dat we te maken hebben met invallen van
gewapende groepen: uit Turkije in het noorden (Jisr ash-Shugur),
uit Jordanië in het zuiden (Daraa), uiteraard uit het
door de VS gecontroleerde Irak in het oosten en vanuit Libanon
(Talkalakh, Homs, Talbiseh en Al-Rastan).
Op 23 december ontploften er twee
krachtige autobommen voor het kantoor van de Syrische
veiligheidsdienst in Damascus. Er kwamen 44 mensen om het
leven, voornamelijk burgers. De aanslag was duidelijk gericht
tegen de Syrische regering, maar welke volksopstand pleegt
aanslagen die zich een dergelijke schade aanricht onder de
eigen burgers? Bij dit soort aanslagen zien we op alle vlakken
het handschrift van de Amerikaanse en Israëlische geheime
diensten, zoals ze die overal toepassen waar een gewapend
ingrijpen gerechtvaardigd moet worden.
Op 6 januari 2012 kwamen bij een 'zelfmoordaanslag'
in het centrum van Damascus 26 mensen om het leven, weer bijna
allemaal burgers.
Op 11 januari, werd bij een mortieraanval
op een pro-regerings-demonstratie een Franse journalist en
zeven burgers om het leven. [deze aanslag was m.i. bedoeld
om de Westerse pers op een afstand te houden, AP]
Op 8 februari was er weer een 'zelfmoordaanslag'
in Homs en weer waren de slachtoffers en Syrische veiligheidstroepen.
In het rapport
van de waarnemers die de Arabische Liga naar Syrië stuurde
- een rapport dat volledig werd genegeerd door de Westerse
media - komen de leden van de Missie tot enkele verrassende
conclusies.
Op pagina 4 van het rapport lezen we:
In Homs, Idlib en Hama, de waren waarnemers getuige van geweld
tegen regeringstroepen en tegen burgers, dat resulteerde in
vele doden en gewonden. Voorbeelden van zulk geweld zijn het
bombarderen van een bus met burgers - waarbij acht mensen
om het leven kwamen, waaronder vrouwen en kinderen - en het
bombarderen van een trein met brandstof. Bij een ander incident
in Homs werd een politiebus opgeblazen, waarbij twee politieagenten
om het leven kwamen. Ook werden een brandstofpijpleiding en
enkele bruggen gebombardeerd.... deze aanvallen werden uitgevoerd
door het Vrije Syrische Leger en door andere gewapende oppositiegroepen.
De Missie stelde eveneens vast dat, volgens hun medewerkers
ter plaatse, de media de aard van de incidenten en het aantal
doden in tal van plaatsen overdreef. [...]
In Homs, werd een Franse journalist gedood en raakte een
Belgische journalist gewond. Na een onderzoek bleek dat de
Franse journalist was omgekomen door mortiervuur van oppositiegroepen.
[...]
E) Geaccrediteerde journalisten mogen zich van de Syrische
regering vrij in het land bewegen.
De Syrische minister van Informatie bevestigde dat de regering
van begin december 2011 tot 15 januari 2012 147 Arabische
en buitenlandse mediaorganisaties accreditaties had gegeven.
112 Van deze organisaties waren effectief in Syrië samen
met 90 reeds eerder gearriveerde en geaccrediteerde organisaties
in de persoon van full-time correspondenten. De Missie heeft
deze mededelingen gecontroleerd. Er werden 36 Arabische buitenlandse
mediaorganisaties en verschillende journalisten in een groot
aantal Syrische steen aangetroffen.
VII. Hindernissen die de Missie tegenkwam
A. Waarnemers
50. Sommige waarnemers verzaakten hun plichten en verbraken
de eed die ze hadden afgelegd. Ze namen contact op met regeringsmedewerkers
van hun land en gaven die sterk overdreven verslagen van de
gebeurtenissen. Daardoor ontstond bij deze regeringsmedewerkers
een vertekend en ongefundeerd beeld van de situatie.
IX. Evaluatie:
75. ER zijn recent incidenten voorgevallen die de kloof en
de verbittering tussen de twee partijen vergroten. Deze incidenten
kunnen verstrekkende gevolgen hebben en tot groot verlies
van leven en eigendommen leiden. Zulke incidenten betreffen
het plegen van bomaanslagen op gebouwen, brandstoftreinen,
politiekantoren, leden van de pers en brandstofpijpleidingen.
Sommige van die aanslagen werden gepleegd door het Vrije Syrische
Leger en sommige door andere gewapende oppositiegroepen. [Opm.:
Maar dus geen een door het Syrische leger of die boosaardige
dictator Assad?]
71. De Missie stelde vast dat er een gewapende groep actief
is die niet vermeld wordt in het Protocol.
79. Er dient te worden opgemerkt dat het mandaat zoals dat
werd vastgesteld voor de Missie in het Protocol aangepast
werd als reactie op ontwikkelingen ter plaatse en de reacties
daarop. Sommige van die ontwikkelingen betroffen gewelddadige
reacties van entiteiten die niet werden vermeld in het Protocol.
Al deze ontwikkelingen maakten een uitbreiding en aanpassing
van het mandaat van de Missie noodzakelijk.
Lees ook: 'Onafhankelijk
rapport weerlegt beeldvorming door Westerse media en politiek'
In juni 2011 zag zelfs een (niet nader genoemde) medewerker
van Obama zich genoodzaakt toe
te geven: "We zien elementen vaneen gewapende oppositie
in Syrië. In het noordwesten denken we dat ze de macht
hebben overgenomen. Ze zijn met heel veel. We weten niet echt
wie deze groeperingen zijn," maar voegde eraan toe dat
ze "religieus waren, absoluut".
Obama weet wellicht niet wie deze gewapende oppositie is,
maar de CIA/MI6/Mossad-as van het kwaad weet dat stellig wel.
Het is duidelijk dat het 'Syrische Vrije Leger' en de 'oppositiegroepen'
niet vechten voor de belangen van de Syrische bevolking, maar
voor de belangen van hen die het hardst schreeuwen (en het
meest betalen) voor een snelle machtswissel.
We hebben hier te maken met wat in militaire kringen psychologische
oorlogsvoering genoemd wordt - 'psywar'. Het is een vorm van
oorlogsvoering die zich richt op het beïnvloeden van
de normen & waarden, overtuigingen, emotie, motieven,
overwegingen en het gedrag van de bevolking.
Een van de meest flagrante voorbeelden van deze psychologische
oorlogsvoering in cyberspace in samenhang met Syrië was
het geval van Amina Arraf, een zogenaamd lesbische Syrische
blogger ('A gay girl in Damascus') die veel aandacht kreeg
in e eerste heflt van 2011 na een aantal zeer openhartige
artikels over haar seksuele geaardheid, het gebrek aan vrijheid
in Syrië en haar openlijke kritiek op president Assad.
Begin juni verscheen er een bijdrage op haar blog van (zogenaamd)
haar nicht, die stelde dat Amina was ontvoerd door gewapende
mannen. Duizenden campagnes werden opgestart voordat de massamedia
het oppikten en het verhaal over heel de wereld bekendmaakten.
Binnen enkele dagen kwam echter de waarheid boven tafel toen
IT-experts er via route traces van IP-adressen achter kwamen
dat de bijdrages vanuit Schotland op de blog werden geplaatst.
Kort daarna bleek de lesbische Amina Arraf een
bebaarde Amerikaan genaamd Tom McMaster te zijn die deze
blog zogenaamd "voor de grap" bijhield vanuit het
Schotse Edinburgh. De foto op de blog was niet van de illustere
Amina Arraf, maar van een Kroatische vrouw in Londen. De Joodse
echtgenote van McMaster bleek banden te hebben met en te werken
voor tal van Amerikaanse NGO's.
Verder kijkend zien we ook de Syrische 'regering in ballingschap'
die vanuit het niets ineens ten tonele verscheen. De 'regering'
bestaat uit rechtse haviken en veroordeelde Syrische criminelen.
Begin 2011 werd ook de Syrische Nationale Raad opgericht,
met zijn hoofdkwartier in Turkije. Om een idee te krijgen
uit welke politieke hoek de wind waait hoeven we alleen maar
even te kijken naar een
uitspraak van de voorzitter van de Raad, de Franse professor
Burhan Ghalioun, en potentiële toekomstige president
van Syrië. Op 2 december 2011 zei Ghalioun dat wanneer
zijn club de macht in Syrië overneemt ze "een einde
zou maken aan de relaties met Iran, wapenleveringen aan Hizbollah
en Hamas zou stopzetten en relaties zou aanknopen met Israël."
Het aftellen naar luchtaanvallen van de NAVO op Syrië
is begonnen. Eens dat gebeurt is het allemaal voorbij voor
Assad en komt er een einde aan het normale leven voor de Syrische
bevolking (zie Libië, zie Irak). De Libische huurlingen
waren in staat om luchtsteun van de NAVO te bestellen terwijl
ze plunderend, martelend en moordend door het land trokken.
Hetzelfde afschuwelijke scenario zal zich afspelen in Syrië.
Rusland en China spraken vorige week een veto uit over de
Amerikaans/Britse resolutie voor de volgende imperialistische
oorlog van de NAVO. Hilary Clinton had echter het lef om te
stellen dat ze dit veto "walgelijk" vond. Ze verklaarde:
"We staan allemaal voor de keuze: ons scharen achter
de bevolking van Syrië en de regio, of medeplichtigheid
aan het aanhoudende geweld."
Medeplichtig? Het bloed van de Syrische bevolking staat haar
al tot aan de lippen. Het ergste daaraan is dat ze ervan geniet
en dat dit addergebroed haar zin zal krijgen. Het is daarom
dat de VS twee dagen geleden voorstelden
om een "internationale coalitie (van bereidwilligen...?)
te vormen om de Syrische oppositie te steunen", en dat
is precies wat ze ook deden toen men geen VN-toestemming kreeg
voor een aanval op Irak.
Resultaat? 1½ Miljoen dode Irakezen.
Conclusie? Het enige waar we zeker van kunnen zijn in een
wereld waarin de meesten zo verregaand onwetend zijn over
de werkelijke gang van zaken, is dat de psychopaten die de
macht in handen hebben hun zin zullen doordrijven, ongeacht
de hoeveelheid leugens die ze daarvoor moeten vertellen en
de hoeveelheid onschuldige burgers die ze daarvoor moeten
vermoorden. Het lot van Syrië is nauw verbonden met dat
van Iran. Dat van China en Rusland eveneens. Het is allemaal
zo chaotisch, en toch blijft alles bij hetzelfde. Alleen een
ingrijpende interventie van een macht die ik nog niet heb
weten te identificeren kan verandering brengen in het laatste
hoofdstuk van dit krankzinnige scenario dat we voor onze ogen
afgedraaid zien worden aan het begin van de 21e eeuw.
***
Dit is een sterk ingekorte versie van
'Syria's
Bloody CIA Revolution - A Distraction?'
Vertaling© en redactie: Arjan Plantinga
|
© Arjan Plantinga
Alle rechten voorbehouden
|
|
|
|
|
|
|