De protocollaire rechtvaardiging van deerniswekkende zelfbevrediging
22 november 2011
Door Arjan Plantinga
Hoe zie je wanneer de strijd tegen een als negatief beoordeeld
fenomeen is opgegeven? Wanneer weet je dat de tegenstander
heeft gewonnen (of in ieder geval denkt te hebben gewonnen)
en weerstand niet langer geleverd wordt? Je ziet dat wanneer
het misdrijf niet langer in het geniep begaan wordt, maar
in alle openheid.
Dat kan twee gevolgen hebben. Hetgeen eerder als misdrijf
of in ieder geval verwerpelijk werd gezien wordt onderdeel
van het ethisch verantwoorde kader, of de dader overspeelt
zijn hand en heeft door het openlijk plegen van het misdrijf
zijn hoofd op het hakblok gelegd, dat vervolgens met een rake
klap kan worden afgehakt.
Het gedogen van de coffeeshops in Nederland is misschien
een recent voorbeeld van het eerste scenario. De Nederlandse
regering besefte dat het onbegonnen werk was de illegale verkoop
van cannabisproducten nog langer te bestrijden, verkoop en
gebruik was wijdverspreid, niemand deed er nog geheimzinnig
over en de overheid besloot tot een praktische legalisering
van verkoop, bezit en gebruik.
Een voorbeeld van het tweede scenario is wellicht het verhaal
van de Amerikaanse maffiabaas John Gotti. Decennia lang had
de georganiseerde misdaad in de VS goede zaken gedaan en idioot
veel geld verdiend met tal van zaken die het daglicht niet
konden zien. Ze deden dat echter niet openlijk. De capi hielden
zich op de achtergrond, traden nooit voor het voetlicht en
de maatschappij gedoogde hun aanwezigheid. Gotti veranderde
dat. Hij profileerde zich openlijk als maffiabaas, hing de
vuile praktijken van zijn organisatie aan de grote klok, sierde
de voorpagina's van kranten en tijdschriften, kwam op TV en
dacht ondanks zijn misdrijven een gerespecteerd lid van de
samenleving te kunnen zijn.
Verkeerd gedacht.
Gotti werd neergesabeld en verdween achter de tralies. Met
de Italiaanse maffia in de VS was het gedaan. Geen ratten
in de slaapkamer!
Momenteel zien we een soortgelijk scenario voor onze ogen
ontrold worden, maar nu zijn het geen Italiaanse maffiabazen
die denken dat hun misdaden niet langer achter gesloten deuren
hoeven te worden gepleegd. Het zijn onze politieke en financiële
leiders die in alle openheid hun verwerpelijke handel en wandel
aan de dag leggen, en denken dat de bevolking niet zal protesteren
tegen hun misdadig gedrag, dat ze ermee wegkomen in de schijnwerpers
van de wereldpers te liegen, bedriegen, verminken en moorden.
Het valt nog te bezien of ze gelijk hebben, maar de eerste
signalen wijzen erop dat er niet zo heel veel protest komt
uit de richting van de grotendeels apathische belastingbetalers.
Er zijn tal van voorbeelden, vooral in de VS, waar de democratie
echt volledig afgeschaft lijkt te zijn en ook de republiek
gereduceerd lijkt tot een ruwe verzameling handelsbelangen
die de instrumenten van de machtige staat openlijk inzetten
ter meerdere eer en glorie van zichzelf en hun bankrekeningen.
Maar ook Europese leiders zijn alle schaamte voorbij, en
plunderen dat het een lieve lust is. Velen doorzien het leugenachtige
en criminele karakter van hun politieke leiders. Ze zien het
in de gang van zaken rond de financiële problemen van
Ierland, Griekenland en Italië, ze zien het dichtbij
huis in het opzichtige falen van de Belgische politieke elite
en ze zien het in de manier waarop Iran bejegend wordt.
De ene groteske leugen na de andere wordt in de media breed
uitgemeten, maar in plaats van bijvoorbeeld het laatste IAEA-rapport
als baarlijke nonsens van tafel te vegen, neemt een schrikbarend
aantal Europese leiders het allemaal serieus en nemen ze maatregelen
om Iran verder in de hoek te drukken.
Plaatsen we deze reacties naast de manier waarop diezelfde
'leiders' omgaan met het moorddadige gedrag van de Israëlische
regering, de honderden illegale kernwapens die dat land heeft,
de moorden die de Mossad buiten de eigen grenzen pleegt en
de dreigende taal waarmee Israëlische capi voor grote
onrust zorgen in de regio, dan weet elke burger die nog in
staat is tot kritisch en objectief denken dat we zijn overgeleverd
aan een heersende klasse die elke vorm van een moreel kompas
overboord heeft gegooid en zich er helemaal niets meer van
aantrekt of de belastingbetalers hun leugens geloven of niet.
Iedereen die nog niet is weggezonken in het verblindende
moeras van de Westerse propagandamachine weet dat we dezelfde
perverse leugens geserveerd krijgen als in de aanloop naar
de vernietiging van Irak. Maar blijkbaar is die groep mensen
niet groot genoeg om nog een kritische massa te vormen in
de samenleving om de maffiosi die aan het hoofd van onze regeringen
staan af te houden van de volgende massamoord op basis van
sprookjes en fantasieverhaaltjes.
Dat onze leiders werkelijk in de overtuiging zijn dat elke
vorm van significant verzet tegen hun schrikbewind is gebroken
blijkt uit het schaamteloze handelen van de Sarkozy's, Camerons
en Ruttes van het continent Europa.
Met het sperma in hun oren, de coke op hun bovenlip en de
broek op hun enkels durven ze botweg elke betrokkenheid bij
de nu al jaren durende orgie van leugens, diefstal en moord
te ontkennen. De media noemen het eufemistisch 'ongewassen',
de gemiddelde belastingbetaler kijkt niet eens goed genoeg
om een conclusies aan het clowneske voorkomen van hun verkozenen
te verbinden. Ze luisteren naar de uitleg en bidden op hun
blote knietjes dat het waar is wat er gezegd wordt, zodat
er geen einde komt aan hun sprookjeswereld, ver weg van de
ellende die deze planeet buiten de Westerse wereld overheerst.
Hoe moeten we de politieke elite ook afstraffen voor hun
potsierlijke gedrag?
Bij de volgende verkiezing hebben we de keuze uit de huidige
club oplichters of uit de oplichters die we bij de vorige
verkiezingen hebben afgeserveerd. Hetgeen er aan nieuw bloed
aan de cast van dit theater van de lach wordt toegevoegd doorliep
dezelfde selectieprocedure als de bendeleiders waar we nu
toe veroordeeld zijn. Van de nieuwe generatie is dus geen
enkele hoop op verbetering te verwachten. Vreedzame revolutie
lijkt onmogelijk. De democratie is nog slechts façade,
een façade die verbrokkeld is, doorzichtig. Erachter
zien we in alle openheid de verdorven spelletjes van de vaste
bewoners van de huizen van schaamte die we ministeries en
parlementen noemen.
Of het nu gaat om de financiën, de binnenlandse of buitenlandse
politiek, justitie, milieu of cultuur: we zien overal dezelfde
club schaamteloze, gedegenereerde verslaafden die immuun lijken
voor een overdosis van de bedwelmende middelen die ze door
een eindeloze stroom lobbyisten krijgen toegediend.
Hoe lang moeten we dit nog aanzien?
En wat gaan we eraan doen?
Voorlopig lijkt het erop dat een meerderheid van de belastingbetalers
heeft besloten ze nog te geloven. Ze lijken nog steeds aangetrokken
door de glitter en glamour van het afbrokkelende pantheon.
Willen er deel van uitmaken, willen meedelen en aanzitten
aan de rijkelijk gedekte tafels in de feestzalen van de macht.
Ik sta buiten op straat en vraag me af welke onderste steen
ik moet wegnemen zodat de hele façade in elkaar flikkert,
zodat het vernietigende feestgedruis dat in zijn onverzadigbare
drang naar alsmaar meer de levens van zeven miljard mensen
dreigt te ruïneren voor iedereen zichtbaar wordt.
Ik besef dat ik daar alleen niet toe in staat ben. De stenen
zijn te groot, mijn kracht is niet toereikend en ik kom zelfs
niet dicht genoeg om te zien van welk materiaal de voorgevel
gemaakt is.
Toch heb ik nog hoop dat nu, nu de feestgangers exhibitionistische
trekjes beginnen te vertonen, het straks ook voor de massa
niet meer te negeren zal zijn en we er in een massale klap
een einde aan zullen maken.
Misschien zullen nu, nu men geen enkele moeite meer doet
om de leugens zelfs maar een fineer van geloofwaardigheid
mee te geven, nu men zelfs de kleinste protocollaire rechtvaardiging
van de deerniswekkende zelfbevrediging weglaat, zullen nu
voldoende mensen er genoeg van hebben om de muziek uit te
zetten, het licht aan te doen en schoon schip te maken.
Misschien is het schip wel niet meer schoon te vegen, liggen
de aangetaste resten van wat ooit een democratie was al zo
lang in een hoek dat ze zijn vastgekoekt, ééngeworden
met de steunmuren, en moet het schip aan de golven worden
prijsgegeven.
Ik zet me maar weer op mijn bankje aan de overkant van de
straat en wacht af. Ik zie de gevelstenen vallen, en zie door
de groter wordende openingen hoe een volledig ontkleedde heersende
klasse weer een nieuw spitvarken laat aanrukken, bulderend
van de lach over het uitgezogen werkvolk daar buiten.
Hoe lang nog?
|
© Arjan Plantinga
Alle rechten voorbehouden
|
|
|
|
|
|
|