Prometheus, Sloper des Vaderlands

Open brief:
Geen waarschuwing doch een uiteenzetting

4 februari 2012
Door Frans Houbraken

De waarschuwingen die uit alle hoeken tot ons komen betreffende de financieel/economische situatie in de wereld nodigen uit tot de volgende uiteenzetting, handelend over het continue vloeien van de wereld; de noodwendige, omvattende structuur, en dit met betrekking op de grondbeginselen in een maatschappij welke als vaststaand worden ervaren. Of deze uiteenzetting in haar opzet slaagt zal moeten blijken, daarvan kan pas sprake zijn indien de lezer begrijpt wat de schrijver bedoelt; men kan dan vreugdevol spreken van een vrucht bij het verenigen van deze tegenstelling.

Economen, politici en andere wel of geen gezaghebbende mensen wekken met hun waarschuwingen de indruk dat de problemen die we nu ondervinden op financieel/economisch vlak op een of andere manier te voorkomen waren geweest of op te lossen zouden zijn. Zij zijn de mening toegedaan dat door bepaalde handelingen in het verleden, heden of de toekomst de problemen af te wenden waren geweest en/of de huidige situatie onder controle te krijgen zou zijn. Het voorwaardelijk handelen van de mens, wat één of andersoortig geld- of beloningsysteem noodzakelijk maakt en wat dient als doctrine voor het stichten van een maatschappij, wordt daarbij als een niet aan te tornen grondbeginsel gebruikt; vanuit dit dogma wordt de redenatie opgebouwd.

Ieders waarschuwing of uiteenzetting belicht weer een ander aspect in de veelheid der dingen, aspecten die in de talrijk gestuurde brandbrieven, boeken en columns, gesprekken, interviews, etc, etc, spitsvondig worden uitgewerkt. Echter, zoals reeds al aangestipt, alle redenaties zijn hierbij gebaseerd op hetzelfde beginsel als waaruit overigens alle deelnemers aan de maatschappij hun vaste huis opbouwen; Vanuit het voorwaardelijk handelen van de mens waartoe het monetaire stelsel als afsprakenwereld dient om dit voorwaardelijk handelen te doen laten gelden.

Het voorwaardelijk handelen van de mens wat als vaststaand dogma aanvaard wordt, welk handelen van deze mens zich door de oorzaak-gevolg relatie uitdrukt in een afsprakenwereld die noodzakelijkerwijs op tegenstellingen gebaseerd is, laat zowel een maatschappij bloeien en bouwt hem op, maar is door de ontstane tegenstellingen en het noodzakelijk uitdijen ervan in de tijd ook verantwoordelijk voor de verwarring die in de afsprakenwereld ontstaat waardoor de maatschappij gesloopt wordt, het dogma daarbij als grondbeginsel mede ten grave dragend. Opbouwen en slopen door één en hetzelfde vaste beginsel; 2 zaken die zowel elkaar aanvullen als onverenigbaar zijn, daarmee de structuur van het leven kenmerkend; als 2-heid de 1-heid weergevend en daarmee hier alles omvattend.

De steunpilaar en de vijand
De mensen die uitgaan van een voor hun als vast aangenomen uitgangspunt kunnen gekwalificeerd worden als "De steunpilaren van de maatschappij", een term die de auteur Carry van Bruggen gebruikt in haar fenomenaal filosofisch meesterwerk "Prometheus"(1919). Tegenover deze steunpilaren staat de vijand van de maatschappij; Prometheus. Prometheus lijkt zich in de persoon van een hervormer te openbaren, doch kan zich enkel op 1 manier als zuiverste hoedanigheid presenteren; in de persoon van opheffer, welke een vast beginsel herleidt tot de kern en daarmee dit beginsel opheft, een volledige en rijpe wijsheid vertegenwoordigend. Prometheus is zich bewust van de structuur van de wereld, heeft het besef van de onmogelijkheid van een op zichzelf staand eeuwig vast beginsel in de wereld, kent alleen een eeuwig vast beginsel welke zich hier openbaart als 2-heid, betrekking, contrast, als tegenstellingen welke naast elkaar bestaan, betrekkelijk zijn. Dit opspansel van tegenstellingen omvat in haar hoedanigheid het wezen van de wereld, daaruit volgt als noodwendige consequentie haar continue vloeien.

Hervormers, welke door hun wezen in deze uiteenzetting ook als steunpilaar aangemerkt worden, pogen een nieuw op zichzelf staand beginsel te introduceren teneinde een huidig beginsel te vervangen. Zij nemen altijd de term 'betere' in de mond. Een nieuw beginsel welke gezocht wordt in de veelheid der dingen. Opheffers daarentegen brengen de veelheid terug tot de meest fundamentele kern; het ontstaan van het contrast, de 2-heid, wat de enige manier is waarop de 1-heid zich hier kan openbaren. Opheffers geven de structuur van zaken bloot; beschrijven de dingen, hun karakteristieke 2-heid, zonder zelf een positie in te nemen; spreken zich niet uit over goed of slecht, want weten dat iedere handeling vanwege de 2-heid automatisch leidt tot het zowel goed als slecht doen tegelijk. Opheffers vertellen enkel over op handen zijnde veranderingen en het komen van een 'andere' wereld. Opheffers heffen het beginsel op, slopen het, zonder een nieuw op zichzelf staand eeuwig beginsel te kunnen introduceren vanwege het besef van de 2-heid als beginsel, het beginsel wat de betrekkelijkheid aangeeft, een paradoxaal karakter heeft; De 2-heid waaruit het vloeien van de wereld volgt.

De wijze heeft door zijn wezen de veroordeelde taak om een maatschappelijk grondbeginsel, een doctrine, in dit geval het voorwaardelijk handelen van de mens, bij de toenemende verstarring en de daaruit voortvloeiende crisis onder haar geïndoctrineerden, te herleiden tot een kern waarbij de noodzakelijke tegenstelling zich openbaart welke nodig is om antwoord te geven op het voorwaardelijk handelen, echter daarmee tevens reeds impliciet aantonend dat omwille van deze tegenstelling en de onmogelijkheid tot blijvend uitdijen van deze tegenstelling in de tijd, deze zichzelf weer opheft. De tegenstelling kan een veelheid aan vormen aannemen, maar laat zich door de oorzaak-gevolg relatie die voorwaardelijk handelen in zich heeft altijd kenmerken en herkennen als een tegenstelling!

Steunpilaren hebben door hun wezen een onrijpe wijsheid daar de zuiverste wijsheid altijd een opheffend karakter heeft. De steunpilaar als zittende autoriteit houdt vast aan zijn doctrine of hij poogt als hervormer een alternatief te profeteren, daarbij dit alternatief als een op zichzelf staand eeuwig vast beginsel introducerend. De steunpilaar spreekt van een oorzaak in de veelheid; hartfalen, noodlottig ongeval of een ziekte waaraan iemand overlijdt. Opheffers definiëren het wezen van geboorte , het ontstaan van een mens als fundamentele kern voor het overlijden, het leven heeft door haar structuur immers steeds deze innerlijke weerspreking in zich. Iedere gebeurtenis kan in de beleving van de steunpilaar dan ook als oorzaak gezien worden voor het falen van het beginsel; Voor wat betreft de financieel/economische gebeurtenissen: wel/ geen steunfonds, grootte van het steunfonds, wel/geen goudstandaard, dalend consumentenvertrouwen, stimuleren/bezuinigen, gulden of euro, politieke onwil, etc, etc. Hervormer of reeds autoriteit; De steunpilaar gaat uit van een vaststaand, als eeuwig beleefd beginsel dat kost wat kost in stand gehouden dient te worden of welk een ander beginsel zou moeten vervangen. In zijn ideologie is hij waarachtig.

Er is in een wereld van vloeien, van 'worden', geen eeuwigdurend vast beginsel, geen 'zijn' te herleiden wat als 1-heid volledig op zichzelf staat. Na verloop van tijd zal er om die reden onder de aanhangers van een dogma verwarring optreden. Volhardend doorredenerend vanuit het dogma zullen zich steeds meer problemen openbaren. De kiem tot verwarring en vernietiging welke bij aanname van een vast grondbeginsel automatisch gelegd is; het noodzakelijk toe moeten nemen van de tegenstellingen (vorderingen en schulden) om een maatschappij en haar aanhangers niet in verwarring te dompelen zorgt tenslotte op termijn tóch voor de verwarring en daaruit volgend het opheffen; het verenigen van de tegenstellingen. Zouden de tegenstellingen blijven uitdijen, dan leidt dit tot ongeloofwaardigheid (en dus toch opheffen!), daar de uitdrukkingsvormen van deze vorderingen en schulden steeds kolossaler worden en zich steeds ruimer in de tijd laten definiëren (en dat terwijl het handelen van de mens zich in het nu afspeelt!). Nemen de vorderingen en schulden af, dan leidt dat ook tot teleurstelling bij de geïndoctrineerden, daar het schijnbare antwoord op het voorwaardelijk handelen daarbij niet gewaarborgd wordt, maar door de structuur op termijn nooit gewaarborgd kán worden! Een vereniging der tegenstellingen welke door het wezen van vrije wil - middels ontstijgen van de doctrine - in harmonie kan geschieden of bij blijvende geïndoctrineerdheid waarschijnlijk middels conflict geschiedt.

De steunpilaren trachten in de veelheid tot oplossingen te komen, waarbij het vaste beginsel (voorwaardelijk handelen) in stand blijft - het opheffen is hen immers vreemd. Zij redeneren altijd utilistisch, altijd dienend en volkomen redeloos om het dogma te bewaren:

"We moeten….. om erger te voorkomen", "
Degenen die zich negatief uitlaten over….. worden strafrechtelijk vervolgd",
etc, etc...

De structuur van het leven, de 2-heid, is voor hen verborgen, moet verborgen zijn om volkomen waarachtig te handelen in de hoedanigheid van stichtende steunpilaar. De steunpilaar houdt van autoriteitenverering en heeft een voorkeur voor opbouwende stelligheid boven opheffende wijsheid. Handelingen van mensen worden door steunpilaren enkel vanuit het dogma gewogen. Een motivering gestoeld op redelijkheid wordt op voorhand afgewezen want de steunpilaar moet tenslotte blind op zijn dogma kunnen bouwen. Het stichtelijke karakter van de steunpilaar bestaat door de structuur van het leven naast het ontbindende, slopende inzicht van de wijze. De steunpilaar moet door zijn stelligheid noodgedwongen blind blijven voor dit inzicht van ontbinden - zelfkennis voert immers onherroepelijk tot het inzicht van betrekkelijkheid en ontoereikendheid.

De steunpilaren kunnen niet anders dan vanuit een vast beginsel blijven redeneren. Zelfs als redenaties die hieruit voortvloeien bij het steeds sterker verstarren van het dogma absurde vormen aan gaan nemen, blijven ze trouw en stellig het beginsel aanhangen. Daarin zijn ze waarachtig. Steunpilaren worden door elkaar geprezen om hun standvastigheid, de wijze kent de continue twijfel. Tegenover de opheffende wijsheid van Prometheus propagandeert de steunpilaar kalmte, vertrouwen, rust, extra wet- en regelgeving om het stervende dogma te bewaren. Prometheus is zich bewust van de structuur van de wereld, kent het wezen van de wereld en de karakteristieke paradox welke uit deze structuur van 2-heid volgt om het contrast mogelijk te maken en een weg te kunnen gaan: bij geboorte hoort het sterven, bij licht hoort donker, bij vordering hoort schuld, bij stichten hoort opheffen, wetenschap én gevoel, lichaam en geest; de 2-heid welke samen de 1-heid weergeeft. De wijze is zich ten volle bewust van de innerlijke weerspreking in het leven, kent de kromming, de terugkeer.


Het monetaire systeem is de personificatie van een afsprakenwereld welke noodzakelijk is in een wereld waarin de mens door zijn geïndoctrineerdheid voorwaardelijk handelt. Door dit voorwaardelijk handelen van de mens wordt door hem in de afsprakenwereld automatisch een tegenstelling geschapen; een vordering versus een schuld. Evenals de wereld die immers bestaat door de 2-heid, door het contrast, hebben door de mens gecreëerde verhoudingen ook het kenmerk dat deze na een bepaalde tijd - waarbij het beginsel prima dienst doet - dat ze altijd weer verenigd worden en daarmee opgeheven. Vanwege de inherente structuur die dit systeem noodzakelijkerwijs door het voorwaardelijk handelen van de mens heeft, is een menselijke oplossing c.q. vereniging der tegenstellingen zonder conflicten waarbij vanuit het dogma geredeneerd wordt een utopie.

De steunpilaren van de maatschappij zijn zich dat niet bewust en zullen zulke opmerkingen ook automatisch als onstichtelijk en vijandig zien. De meest volhardende steunpilaren zullen ook pogen om het vaste beginsel overeind te houden, daarbij menselijke normen en maatstaven steeds sneller ontstijgend en ontwikkelend naar waanzinnige situaties. Hoe meer immers door de steunpilaren gehamerd wordt op noodzaak, verplichting, veiligheid, stabiliteit, vertrouwen, etc , des te sterker dit de verstarring van het dogma typeert. De grondslag voor het behoud van een dogma is immers redeloosheid, en haar argumenten voor behoud zijn altijd utilistisch en dienend, waarbij dit doel van behoud voor haar aanhangers alle middelen zal heiligen. De kracht van de steunpilaar - zijn geloof, zijn blind vertrouwen - belet hem in te zien dat hij door vanuit het vaste, reeds sterk verstarde beginsel door te redeneren, bergen buskruit stapelt, waarmee één vonk van kritisch inzicht zijn gekoesterde instituten opblaast.

Het vaste beginsel van voorwaardelijk handelen is nog duldbaar voor hen die tijdens de bloeitijd onder dit beginsel geboren zijn, onduldbaar voor hen die later komen, toegerust met een ander gemoed. Prometheus in zijn hoedanigheid als opheffer weet wat hij waard is, de steunpilaar die door zijn wezen onbewust bedriegt, praat gewichtig zichzelf in het reine en anderen in de verdoemenis. De steunpilaar rept over de afwendbaarheid van dingen door bepaalde handelingen of keuzes in de veelheid, daarbij naar anderen toe verwijten makend over verkeerde beslissingen. Hij is blind voor het gegeven dat aanhangen van het dogma tóch tot meer problemen onder haar geïndoctrineerden zal leiden, ongeacht de manier waarop er vanuit het vaste beginsel geredeneerd wordt.

De steunpilaar die hunkert naar vastigheid versus de rijpe, bewuste mens die doordrongen is van het besef van eeuwige ontoereikendheid en betrekkelijkheid. De ware wijsheid is beschrijvend, is niet praktisch, is niet dienend, hunkert niet naar een onderscheiding. De wijze kan door zijn besef niet stellig zijn, beschrijft enkel de structuur der dingen zonder een positie in te nemen over goed en kwaad, kondigt een overlijden aan zonder daarvan redelijkerwijs de oorzaak te kunnen zijn of er belang bij of genoegen in te hebben. Tijdens de bloei van een doctrine kan de wijsheid zich niet openbaren, hij is op een bepaalde manier verborgen - moet overigens verborgen zijn voor mensen om zich ten volle over te geven en te handelen naar een vast beginsel. In tijden dat dit vaste beginsel haar bloei al heeft gekend, zich in herfsttij bevindt en in een diepe crisis geraakt, zorgt de wijze voor de verlossing door inzicht te verschaffen, waarmee door het begrip daarvan het vaste beginsel en al haar afgeleide maatstaven verpletterd zullen worden.

De steunpilaren beargumenteren maar schijnbaar, redeneren voort op eigen beginselen, daarbij niets anders beoogend dan eigen gestelde orde en instandhouding. De steunpilaren moeten zich tegenover de ontbindende redelijkheid noodzakelijkerwijs redeloos en gewelddadig gedragen. Het denkende individu tracht daartegenover door zijn wezen altijd weer - en tegen beter weten in - door werkelijk argumenteren de steunpilaren te wijzen op het onafwendbaar ten onder gaan van het door hun aangehangen vaste beginsel, of ze Prometheus zijn redevoering nu wel of niet aan willen horen of wel of niet kunnen begrijpen.

De worsteling die Carry van Bruggen heeft in haar boek met het fenomeen "vrije wil" laat zich in wezen door de eeuwige structuur van 2-heid, van innerlijke weerspreking en tegenstelling, ook omvatten; het bestaan van zowel een vrije wil als een grote wetmatigheid, als contrast vloeiend uit de 1-heid. Vrije wil en voorbestemming; 2 zaken die zowel onverenigbaar zijn als elkaar aanvullen en daarmee het contrast, de 2-heid welke voortvloeit uit de hier niet uitdrukbare fundamentele kern, de 1-heid, kenmerken. De onverenigbaarheid van wetenschap versus gevoel, van lichaam versus geest, die door hun tegenstelling als 2-heid samen de 1-heid vormen. Het ontstaan én weer opheffen van tegenstellingen vanuit een niet hier tijd-ruimtelijk uitdrukbare 1-heid. De omvattende eenheid in de wereld laat zich hier dus enkel kenmerken door het contrast, door de tegenstelling, altijd door een 2-heid welke haar uitdrukking tijd-ruimtelijk heeft. Voorbestemming en vrije wil, hoofdbeweging en oppositie, stichtelijk en opheffend karakter, lichaam en geest, ratio en gevoel, Steunpilaar en Prometheus, door de innerlijke structuur van het leven strijdig en eeuwig met elkaar verbonden. Het leven als een continue opspansel van tegenstellingen; zijn de tegenstellingen verenigd (ook: schulden versus vorderingen), dan is de uitdrukking in tijd/ruimte daarmee ook verdwenen.

Prometheus heft ook zichzelf bij begrip van de lezer automatisch op; de oppositiefiguur in de hoedanigheid van opheffer gaat ter ziele, daar de steunpilaar als starre aanhanger van het voorwaardelijk handelen door het verpletteren van dit beginsel ook verdwenen is, de tegenstellingen wederom verenigd.

© Arjan Plantinga
Alle rechten voorbehouden

privacybeleid