Europeanen geloven de staatspropaganda niet meer
Wapperende vlaggen en fictieve werkelijkheid

03 september 2010
Door John Pilger

Van Edward Bernays, een neef van Sigmund Freud, wordt gezegd dat hij de uitvinder is van moderne propaganda. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zette hij samen met een groep invloedrijke liberalen een geheime overheidscampagne op poten om de twijfelende Amerikanen ervan te overtuigen een leger naar het Europese bloedbad te sturen.

In zijn boek 'Propaganda', uitgegeven in 1928, schrijft Bernays dat de "intelligente manipulatie van de georganiseerde gewoontes en meningen van de massa een belangrijk onderdeel van een democratische samenleving zijn," en dat de manipulators "een onzichtbare regering vormen die de echte heersende klasse van een land vormen". In plaats van propaganda noemde hij zijn eufemisme "public relations".

De Amerikaanse tabaksindustrie nam Bernays in dienst om vrouwen te overtuigen in het openbaar te roken. Door rokende vrouwen te associëren met vrouwenrechten maakte hij van sigaretten "bakens van vrijheid". In 1954 toverde hij een communistische dreiging in Guatemala uit de hoge hoed en gebruikte hij dat als voorwendsel om de democratisch gekozen regering van het land omver te gooien. De sociale hervormingen van die regering vormden namelijk een bedreiging voor het monopolie in de bananenhandel van United Fruit. Hij noemde het 'bevrijding'.

Bernays was geen fanatieke conservatief. Hij was eerder een elitaire liberaal die geloofde dat "georkestreerde algemene overeenstemming" het algemeen belang diende. Hij bereikte die door het creëren van een "fictieve werkelijkheid" die dan tot "nieuws" bestempeld werd. Dit gebeurt vandaag de dag volgens dezelfde principes. Geraffineerder, maar in essentie niet anders. Een paar voorbeelden:

Fictieve werkelijkheid: De laatste Amerikaanse gevechtseenheden hebben Irak "zoals beloofd en volgens schema" verlaten, aldus president Barack Obama. Filmische beelden van "de laatste Amerikaanse soldaten" die, in silhouet tegen de opkomende zon, de grens naar Koeweit oversteken.

Feit: Ze zijn er nog steeds. Tenminste 50.000 troepen blijven in Irak opereren vanuit 94 legerbases. Amerikaanse luchtaanvallen gaan gewoon door, net als de moordaanslagen van de special forces. Het aantal huurlingen bedraagt momenteel 100.000 en neemt toe. De meeste Iraakse olie is momenteel in buitenlandse handen.

Fictieve werkelijkheid: BBC-presentatoren en -correspondenten hebben het vertrek van de Amerikaanse troepen beschreven als "een soort zegevierend leger" die een "een opmerkelijke verandering in het lot van de Irakezen" hebben bewerkstelligd. Hun bevelhebber, generaal David Petraeus, is een "beroemdheid", "charmant", "zeer goed op de hoogte" en "opmerkelijk".

Feit: Er is op geen enkele manier een overwinning geboekt. De situatie is catastrofaal, en pogingen om de zaken anders voor te stellen zijn een kopie van de pogingen van Bernay om de slachtpartij van de Eerste Wereldoorlog te verkopen als als "noodzakelijk" en "nobel". In 1980, verkocht Ronald Reagan, kandidaat voor het presidentschap, de invasie van Vietnam - waarbij 3 miljoen mensen het leven lieten, als een "nobele zaak", een thema dat enthousiast werd overgenomen door Hollywood. De films van nu over Irak hebben een zelfde zuiverend doel: de bezetter wordt afgeschilderd als idealist en als slachtoffer.

Fictieve werkelijkheid: het is onbekend hoeveel Irakezen er zijn omgekomen. Ze zijn "ontelbaar" of "lopen in de tienduizenden".

Feit: Als direct gevolg van de Anglo-Amerikaanse invasie zijn meer dan een miljoen Irakezen om het leven gekomen. Dit cijfer van Opinion Research Business is gebaseerd op peer-reviewed onderzoek van de Johns Hopkins University in Washington DC. Het onderzoek werd in alle stilte gehonoreerd met het predicaat "best practice" en "robuust" door de baas van de wetenschappelijke dienst van de regering van Tony Blair. Het getal van 1 miljoen wordt echter zelden gepresenteerd aan "charmante" generaals die "goed op de hoogte zijn" - net als de vier miljoen Irakezen die huis en haard verloren, die lijden aan psychische aandoeningen of die ziek werden dan wel misvormd ter wereld kwamen door de vervuiling van hun land met verarmd uranium en andere giftige stoffen die het Amerikaanse leger in Irak heeft verspreid.

Fictieve werkelijkheid: De Britse economie heeft een begrotingstekort van miljarden dat moet worden gereduceerd door besparingen op de sociale voorzieningen en een regressief belastingsysteem (hoe minder je hebt, hoe meer je betaalt) in de geest van "we zitten allemaal in hetzelfde schuitje".

Feit: We zitten niet allemaal in hetzelfde schuitje. Wat het meest opmerkelijke is aan deze PR-triomf dat nog maar 1½ jaar geleden precies het tegenovergestelde van onze TV's en voorpagina's spatte. Toen, in blinde paniek, was de waarheid onvermijdelijk hoewel kort. De ruif van de financiers op Wall Street en in de Londense City lag op straat, samen met de kreukbaarheid van de ooit gevierde smoeltjes. Miljarden aan belastinggeld verdwenen in de bodemloze putten van knoeiende, criminele organisaties - ook wel banken genoemd - die gespaard werden van het inlossen van hun schulden door ingrijpen van hun stromannen in de Westerse regeringen.

In minder dan een jaar werden er weer recordwinsten geboekt en royale bonussen uitbetaald, en hadden staat en haar media de zaak weer op de rails. Ineens was het "zwarte gat" niet langer de verantwoordelijkheid van de banken, wiens schulden worden ingelost door hen die er niets mee te maken hebben: de burger. Door alle media, van BBC tot Telegraaf, van NRC tot CNN wordt de burger bedolven onder de "noodzakelijkheid" en het "ontbreken van een alternatief". Een geniale zet, zou Bernays vrijwel zeker hebben gevonden.

Uiteraard is het goede nieuws dat fictieve werkelijkheden altijd door de mand vallen op het moment dat de burger vertrouwt op zijn eigen kritische geest en niet op de gevestigde media. Twee geheime documenten die onlangs door Wikileaks in de openbaarheid werden gebracht spreken van de bezorgdheid van de CIA over het feit dat de burgers van Europese landen, die tegen de oorlogspolitiek van hun regeringen zijn, niet bezwijken onder de gebruikelijke propaganda die de media op ze loslaten. Voor de heersers van deze - in potentie - prachtige planeet is dat een raadsel, want hun bandeloze macht berust op de fictieve werkelijkheid dat geen enkele vorm van verzet van de burger werkt.

Het werkt wel.

| Meer

Lees de reacties op

Lees ook: